In Brussel
wordt de elektrische koets in gebruik genomen ter vervanging van de
paardenkoetsen.
In haar
eigenste brute stijl schreef Delphine Lecompte in “De Standaard” dat een paard
niet hoefde te puffen en te zwoegen voor een wansmakelijke toeristenfolklore. Luk Nuytten van de “ Vereniging voor
Hippomobiel erfgoed “ daarentegen beweerde dat een gezellige koetsrit geen
giftige kitch of wansmakelijke folklore
hoefde te zijn maar dat paarden hun job graag doen tenminste als de ruiter er
met respect en kennis er mee omgaat.
Daarbij denk
ik aan mijn opa die , wellicht als laatste op zijn gemeente, een paardenkoets
had. In de weekends was dit zijn speeltje. Op zondag kwam hij met zijn koets
van de Molenhoek naar de Platze te Geluwe. Tijdens de hoogmis stalde hij zijn
paard en koets in de afspanning van Paul
Huyghe op de hoek van de Menen- en Kerkhofstraat.
Als kind van
drie jaar oud was het een kermis om vooraan op de koets gevoerd worden. Zalig
was dat om vooraan naast mijn opa te
zitten met voor ons neus dat groot paardengat
met zijn ferm gevleesde billen en de warme paardengeur te snuiven dat opsteeg
uit zijn lijf . In de achtergrond klonk dan het geknetter van zijn hoeven op de kasseistenen. Na bijna 90 jaar
geniet ik nog van deze herinnering.
Mijn
grootvader kende zijn paa rd en zijn paard kende hem. In die relatie was
het voor het paard geen puffen en
zwoegen maar een comfortabele uitstap na zijn werkweek op de akker.
Mijn opa zou
het zeker stapel gek en onnozel vinden om in zijn koets op een elektrische startknop
te drukken in plaats van “ ju” te roepen en kundig de teugels te vieren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten