zaterdag 9 augustus 2025

De paardenkoets…



In Brussel wordt de elektrische koets in gebruik genomen ter vervanging van de paardenkoetsen. 

In haar eigenste brute stijl schreef Delphine Lecompte in “De Standaard” dat een paard niet hoefde te puffen en te zwoegen voor een wansmakelijke toeristenfolklore.  Luk Nuytten van de “ Vereniging voor Hippomobiel erfgoed “ daarentegen beweerde dat een gezellige koetsrit geen giftige kitch of  wansmakelijke folklore hoefde te zijn maar dat paarden hun job graag doen tenminste als de ruiter er met respect en kennis er mee omgaat.

Daarbij denk ik aan mijn opa die , wellicht als laatste op zijn gemeente, een paardenkoets had. In de weekends was dit zijn speeltje. Op zondag kwam hij met zijn koets van de Molenhoek naar de Platze te Geluwe. Tijdens de hoogmis stalde hij zijn paard en koets in de afspanning  van Paul Huyghe op de hoek van de Menen- en Kerkhofstraat.

Als kind van drie jaar oud was het een kermis om vooraan op de koets gevoerd worden. Zalig was dat om  vooraan naast mijn opa te zitten met voor ons neus dat groot  paardengat met zijn ferm gevleesde billen en de warme paardengeur te snuiven dat opsteeg uit zijn lijf . In de achtergrond klonk dan het geknetter van zijn  hoeven op de kasseistenen. Na bijna 90 jaar geniet ik  nog van deze herinnering.

Mijn grootvader kende zijn paa rd  en zijn paard kende hem. In die relatie was het voor  het paard geen puffen en zwoegen maar een comfortabele uitstap na zijn werkweek op de akker.

Mijn opa zou het zeker stapel gek en onnozel vinden om in zijn koets op een elektrische startknop te drukken in plaats van “ ju” te roepen en kundig de teugels te vieren.

 

 

vrijdag 8 augustus 2025

Bamesse




 We zijn vandaag 1 oktober en het feest van de H. Bavo. “ Bamesse “  zegden de boeren en het was de tijd dat ze bij de eigenaar hun pacht gingen betalen. Dan kwam ook mijn opa naar de platze bij brouwer Vanryckeghem voor onze deur zijn jaarlijkse schuld vereffenen en genoot van een straffe cognac.

Het “ St. Michiels  zomerke” is momenteel een illusie.  t Is bamiswere, het regent en het waait om geen hond er door te jagen. Alhoewel,  ik naar mijn hof ga kijken. De pletsende regen zal deugd doen voor mijn vers gezaaid grasperk en nieuw aardbeienbed. Wolken mogen zich wel eens uitregenen als nadien de zonneschijn komt. 

Miserie miserie, mijn erwten en bonen zijn niet uitgekomen en de  sla en al wat jong en groen was is door gulzige slakken opgegeten. Maar het moet niet altijd kommer en kwel zijn.   Mijn 150 aardappelplanten zijn gerooid en vroege keukenraapjes steken al in mijn diepvries, klaar voor een heerlijke winterse hutsepot of een gesuikerd stoofpotje.

De courgettes hebben goed gekweekt en 10 reuze  pompoenen van 8 tot 10 kg sieren mijn tuin als een zotte voorbode van weldra Halloween.

 

 




VAN VERGAREN EN SPAREN


Tegenwoordig hebben de meeste studenten een of andere vakantiejob waarbij ze een goeie stuiver verdienen om hun studies te betalen of om hun spaarvarken vet te mesten..

Wij, jongeren van binst of kort na de oorlog, kenden geen vakantiejob.  Toch was er in onze landelijke omgeving  gelegenheid genoeg om onze vrije tijd nuttig in te vullen als  een bezigheidstherapie.

Als de aardappelen op het veld gerooid werden was het tijd om de aardappelen die door de  machine niet geoogst waren  handmatig op te rapen. Onze aardappelvoorraad groeide en moeder kon vele keren “verse patatjes” koken gratis van de boer.   Evenzeer als de tarwe geoogst werd waren wij er bij om de korenaren te verzamelen die de pikdorser had laten liggen. In de taal van Streuvels en Gezelle noemden wij dat “Zanten” nl. vergaren. Wij  vergaarden de korenaren als voer voor de dieren of na verwerking voor voedzaam volkorenbrood op tafel.

In deze tabakstreek trokken wij in juli - augustus met onze picknick voor een ganse dag naar het tabaksveld van mijn grootvader in ”De Roobaert” of bij boer Vanhaverbeke. dichterbij om tabak te naaien. Als de boer of zijn knechten de tabak geplukt hadden zaten wij in het stoppelveld op een strozak om de tabaksbladen  op een lange naald te rijgen en deze door te schuiven op een koord; “een ranke” . Dit bracht ons ongeveer 1fr. de ranke op. Mijn oudste zus was daar rap in en kon meer dan 100 ranken naaien in een dag.
Bij het eind van de werkperiode trakteerde de boerin dan gewoonlijk met “ Koekenbrood en Cacao”.

Maar wij plukten ook de vruchten van de oorlog. In de frontstreek rond Ieper gaf de grond na meer dan vijftig jaar na de wereldoorlog  zijn prijs vrij. In de vers geploegde velden zochten wij  naar ijzerstukken  van de vele bommen en granaten die massaal in de grond zaten. Het werd  als oud-ijzer verkocht en bracht een  goeie cent op voor ons spaarvarken.                                                                                                                         

Langs de Franse grensstreek kon men  in de herfstperiode een zeer lucratieve bezigheid hebben. Het was de tijd om op het bietenveld de onderste rot geworden bietenblaadjes te plukken.. Deze werden per kilo verkocht aan de tabakkervers om ze voor de smokkelaars te mengen tussen de tabak. Om enkele kilo’s bijeen te scharrelen moest je er heel wat voor doen. Maar je moest wel  oppassen voor de commiezen want die lagen op de loer om de geheime tabakkervers te weten te komen.

De opbrengst van al dat bijklussen in onze vrije tijd was niet alleen  voor ons persoonlijk. De opbrengst in natura werd  afgegeven aan moeder voor het huishouden het geld was voor de spaarpot. Zo leerden wij werken voor de gemeenschap en niet altijd voor eigen welzijn.         

          Het spaarvarken  gadget van mijn vroegere  werkgever-bankier vetgemest door bijklussen.

       

Expo 58- Civitas Dei

  Voor mij is het al 66 jaar geleden dat ik op 2 januari 1958  tewerk gesteld werd in dienst van Civitas Dei met een contract van bepaalde duur  tot 30 oktober 1958. Als werkzoekende na mijn studies werd via de sociale school mij dit aangeboden. Men zocht gegadigden via de toen bestaande Centrale voor Katholieke Actie te Roeselare ( toen bekend als “ het fabrieksken” waar op initiatief van Kannunik Dubois men sociale werkers fabriceerde) en waarvan de school een soort addendum was.

 Op de afdeling “public relations” stonden wij in voor  promotie bij scholen en jeugdbewegingen in Vlaanderen met reservaties voor hun bezoek waaronder het zelfbedieningsrestaurant met zijn 600 plaatsen, het auditorium, de kerk, de tentoonstellingen en zijn kunstwerken waaraan de toen bekende graficus Luc Verstraete uit Eeklo meewerkte.  Bezieler van de christelijke visie  van het paviljoen was de gewezen missionaris en bekende radiopater Jan Joos uit St.-Niklaas. 

Voor ons werk hadden wij contacten met de autocaruitbaters, reisagentschappen en reisleiders die dagreizen naar de expo organiseerden. Zo leerde ik reisagent Gerard Lenoir uit Roeselare kennen waarmee ik wekelijks van uit Geluwe een uitstap naar de Expo organiseerde. Ik herinner mij nog dat ik aan onze winkel buiten op de stoep een bord plaatste met reclame voor de expo en de afreis van de komende zondag.

Onze burelen waren in het Shell-gebouw naast het centraal station dat eer goed gelegen was en een goede verbinding had naar de expo.. Voor onze bezoeken en trajecten naar de bouwwerf en later de expo-paviljoenen hadden wij een gratis reisabonnement op de tram en een inkomkaart voor de Expo.

 Voor mijn verblijf huurde ik een studentenkamer in St Joost ten Node samen met nog twee afgestudeerde maatschappelijke assistenten die ingeschreven waren in de Koloniale Hogeschool  te Brussel.

Op vrijdagavond ging ik op weekend naar huis. Binst de week s avonds had ik  tijd om ” Brussel by night “ te bezoeken en zocht ik contact met de “Vlaamse St.Michielsclub” in Brussel. Als  jonge vurige Vlaming maakte ik kennis met het “ Vlaams Jeugdkomitee voor de Wereldtentoonstelling “  die zich verzette tegen de dreigende verfransing op de Expo en de Franstalig gezinde Commissaris ,baron Moens de Fernig, honend genoemd "baron faire nikske" .

Naast al het mooie, het leerrijke en de vele expo belevenissen was het een welgevulde periode met heel wat ervaringen. Op 30 oktober was het ten einde . Met  het personeel van Civitas Dei werd een groots en smakelijk afscheidsfeest gehouden in een restaurantboot op de Brusselse wateren.

Gratis telefoneren, zelfs naar de goede God.

Wij zijn in het digitaal communicatietijdperk. De tijd van de tamtam en de postkoets is reeds lang voorbij. Ik herinner mij nog de grote telex op ons bureel , anno 1958 , in het “ Civitas Dei “ kantoor te Brussel. Het was  de voorloper van de fax die  bij elke telefoon thuis hoorde.

Je hoef niet meer aan de hoorn van uw telefoon te draaien of of een telefooncel op te zoeken., Met je GSM ben je overal en altijd  bereikbaar. Je telefoneert even goed op straat, van uit een ver zuiders of oosters land als van uit je luie zetel. Zelfs kan je telefoneren via uw digitaal netwerk  dat gratis is. En van uit uw vakantiebestemming vervangt een berichtje het sturen van een zichtkaart per post, ook gratis.

 Laatst kreeg ik In mijn mailbox van een vriend, pater karmeliet, volgende communicatiewenk om gratis de lieve Heer op te roepen.

 

“ De lieve God ziet uit naar een gesprek met u.

 Zeven tips om Hem op te roepen:

 

1. Vooraleer te spreken, vorm het nummer

    om u in Gods aanwezigheid te stellen.

 2. God bezit lijnen genoeg om u te onthalen.

    Als de lijn bezet is, hebt u het verkeerde nummer gevormd.

    Let op, als God opneemt, zegt Hij niets, maar Hij luistert.

 3. In geval van onderbreking, ga na

    of gij het niet zijt die het contact verbroken hebt.

 4. Een gesprek met God is geen monoloog:

    spreek niet voortdurend, maar luister naar wat

    gezegd wordt aan de andere kant van de lijn.

 5. Maak er geen gewoonte van

    alleen in geval van nood God op te roepen.

 6. Bel God niet alleen op tijdens de goedkope periodes

    en bijzonder op het einde van de week.

    Een korte oproep is elke dag mogelijk.

 7. De gesprekken met God zijn altijd gratis.”

 

 

 

ERFGENAAM GEZOCHT


Heb jij ook gekeken naar de TV serie waarin Axel D’Haeselaar op zoek gaat naarfamilieleden en voorouders voor mogelijks een erfenis ? Destijds was ik ook op zoek naar mijn voorouders. Niet dat ik hoopte op een erfenis maar zoals velen om te puzzelen naar de wortels van mijn familie.? Wie zij waren en wat was hun levensverhaal. Mijn zoekwerk bracht méér dan 1200 familieleden op tot mijn oudste voorvader in 1645 .Ben jij ook op zoek naar de wortels van je bestaan , je voorouders ? Dan heb ik voor u een mooi gedichtje gevonden van een onbekende schrijver. Deze stamboom gaat tot God de Vader.

De Stamboom
Als je een boom zou vragen:
Hé boom, sta jij nou alleen ?
Dan zou hij, denk ik, zeggen:
Geef mij maar een boompje om
me heen.
Zou je aan je vader vragen:
Hé vader, sta je nou alleen ?
Dan zou hij, denk ik, zeggen:
Geef mij maar mensen om me
heen.
Als je aan een boom zou vragen:
Aan wie geef jij het leven door ?
Dan zou hij, denk ik, zeggen:
Daar heb ik mijn takken voor.
Zou je aan je moeder vragen:
Aan wie geef jij het leven door ?
Dan zou ze , denk ik,
zeggen Ja kijk, daar heb ik jou
nu voor.
Als je aan een boom zou vragen:
Jouw leven, waar komt dat
vandaan ?
dan zou hij, denk ik, zeggen:
Mijn wortels voeren water aan.
Zou je aan je oma vragen:
Jou leven van waar komt het
vandaan ?
dan zou ze, denk ik, zeggen:
van oma's die niet meer bestaan.
Dus bomen zijn als mensen:
geen van de twee staat graag alleen.
In kinderen en takken
zo groeit het leven om je heen.
Jij, je vader en je moeder,
dat is een soort van levensboom,
die tak een eindje verder,
dat is een tante of een oom.
En God, de vader van ons allen,
van alle mensen, groot en klein.
Ja kijk, je zal het wel weten,
Hij zal steeds de wortel zijn

VAN BOMMEN EN GRANATEN….

Je kan tegenwoordig je dagblad niet meer openslaan zonder overstelpt te zijn van de wrede oorlogsslachterijen in de wereld: in Oekraîne, Gaza, Syrîe, Libanon enz.
Voor mij ligt een brief uit meer dan 200 brieven aan mijn zus,110 jaar geleden over de oorlog bij ons.
Zo schreef een vriend Odile Lamaire aan mijn grootvader, gevlucht nabij Bordeaux, op 6 september 1915 over de toestand in onze streek:
“ Beste vrienden,
Ge zijt misschien verwondert dat wij weederom zoolang blijven van te schrijven maar tevergeefs vergeet het spreekwoord niet: geen nieuws is goed nieuws. En zoo is het ook met ons, wij zijn allen ten uitersten gezond. En stellen het voort wel.
‘k ben nog altijd in de brouwerij. Ik denk nu moest Theophile Nuytten bij mij geweest zijn, we gingen toch lachen in ons verdriet.
We hebben van gedacht geweest te vertrekken voor enige weken. Te midden van de nacht kregen wij het bezoek van Duitsche vliegmachienen boven de stad. Ze hebben nogal veel bommen geworpen en vele schade gedaan en verschillige burgers gedood. Zelfs is er eene gevallen 3 huizen van waar wij wonen en het huis is gansch vernield. Ge kunt wel denken dat wij benauwd waren. De Engelsen hebben van ‘s anderen daags grote canons geplasseerd om ze te verjagen en sedert hebben we geen meer gezien. En alles is weederom gerust gelijk van te voren want het ware vreed nietwaar, reeds een jaar vluchten voor de bommen en nu nog dood geschoten worden.
Er is hier van langs om meer geweld van troepen surtout van Engelse troepen. Ze lossen hier alle weke 2 en 3 schepen gekwetsten. Zonder deze die komen met de autos en de treins, bijna allen van de kanten van Arras, La Bassée en van Yper. ‘tIs triestig om te zien uit die schepen halen, den eenen met een arm af, den andere met een been weg en al voor dien grooten Duitschen moordenaar. Er is nu overal veel gevochten maar geen vooruitgang. ’t Is voor al de menschen dood en alles plat te branden .En Yper bestaat niet meer en ze zijn nu bezig met Vlamertinghe, Poperinghe en al de andere gemeenten te beschieten. Ik heb ook vernomen dat de bovenkant van de plaats van Becelaere gansch afgebrand is. “
“ L’ Hystoire se repète. “.
Zie de verwoesting van ons dorp Ghilwe





Groene wittedonderdag soep



Vandaag Witte Donderdag bereidde ik een speciale wittedonderdagsoep.
Ik las het op 0theo de site van kerk en Leven. Deze soep zou herkomstig zijn van Duitsland. Daar noemt men Witte Donderdag “Gründonnerstag” verwijzend naar de psalm op die dag “ Hij laat mij rusten in groene weiden”.
Voor mij is het een herinnering aan de meer dan dertig jaar dat wij jaarlijks op verlof gingen in het zelfde “gasthaus” en regelmatig een Duits restaurant bezochten.
Deze groene feestsoep met kruiden uit mijn tuin bereidde ik met een ui, spinazie, zuring of zurkel, peterselie, selder, bieslook, ook met enkele bladeren van wilde paardebloemen uit mijn tuin voor de pittigheid. De groene mix werd geblust met een kippenbouillon en opgekookt met een ferme scheut room , gekruid met cayennepeper en zout.
Deze soep zal niet alleen heerlijk smaken maar mij de kracht vannatuur geven om morgen de laatste vastendag te doorstaan.

Huisje, tuintje, autootje…

Onlangs keek ik op Play4 naar “komen eten” omdat er niet veel beters was. Men zag er diverse beroemdheden als fotomodel Astrid Coppens , vas...