woensdag 4 november 2026

“ Den schoonen dag zal zeker ook wel komen"

 


Nu wij in november zijn zal er weer heel wat herinnerd worden aan “ De Grote Oorlog “ en zijn vele slachtoffers. Ik lees de meer dan 200 brieven van mijn oom frontsoldaat Achiel Vandamme aan zijn zus Alix, mijn moeder. Op 4 december 1918 zijn het zijn zes laatste brieven en schrijft in zijn ouderwets dialect dat het niet meer nodig is nog veel te schrijven

 “ het was 14 dagen dat wij geen brieven gehad hebben en wij moesten niet schrijven, de brieven vertrokken niet en zoo wat avans van te schrijven als alle brieven blijven hangen: Nu den oorlog gedaan is, is het is toch ook niet noodig dat men alle dage schrijft nietwaar, want hier waar we nu zijn is alles vele dierder dan bachten de kupe Ieder keer dat ik schrijf is he nu 1fr of 2fr voor 5 blaten

Op 12 december laat hij weten dat hij naar Duitsland moet en denkt dat de oorlog nog niet gedaan is. “  Nu alice, wij vertrekken bij eenige dagen naar duitschland. Dat zal iets zijn als wij daar zullen toekomen maar ik geloof niet dat den oorlog gedaan is want er zit noch iets onder dat ze niet kenbaar maken. Nu dat is wat dat wilt, belgie is liber  Gij zegt dat gijder staat om zot te komen. Ge moet nu op mij niet meer denken, er zal niets meer gebeuren.”

Daags voor kerstmis stuurt hij van uit Gent fier als een pauw zijn foto met zijn nieuwjaarwensen ” Ik heb mij ne keer laten trekken in gent in grand tenu en ik vind dat ik schoone getrokken ben  - “Ik kom u een goed en gelukkig nieuwjaar te wenschen, wel te hopen dat wij in het jaar 1919 allen bij elkaar zullen zijn.  Den schoonen dag zal zeker ook wel komen in het jaar 19 dat ik zal mogen van den troep afgaan. Wat eenen schoonen dag zal dat zijn voor ons allen als wij wederom mogen tezamen een nieuw leven uitoefenen.”

Dramatisch ,enkele weken later is hij overleden aan Thyphus of  Spaanse griep ten gevolge van ontberingen aan het front  Hij beleefde  de harde uitzonderlijke winter van 1918 en schrijft van uit St. Quentin :  “Ik laat u weten dat ik nog niet gezond ben. Het is al den 4den dag. Ik geloof dat het van flauwte is want wij hebben geen brood meer gehad sedert1 3 dagen door het geweldig onweer op zee want de scheep aan haven kan niet toekomen en alzoo hebben we geen brood nog vleesch. Ik geloof dat het belsch leger zal uitsterven Ik ben nog altijd in bed met mijn vervroren voeten en ik kan in het hospitaal niet gaan want er is geen plaats en wij vertrekken donderdag toekomende naar het frond.

."Op zijn verjaardag schreef hij: “, beminde zuster, vandaag is het mijne verjaardag, ben nu juist 20 jaren houd nu in mijne schoone jaren hier in zulk gevaar zitten en dat er meschien niemand denkt welk gevaar het is. 't Is tijd dat den oorlog eindig want anders zal ik het niet houden, nooit meer 2 dagen gezond in mijne schoone jaren."

Reeds in september aan het front schreef hij dat de “korten drank  hem had genezen. “ Met mij is het nu ook veel gebeter. Ben nu daar om trent er deur ( genezen) maar gij zouwt moeten zien hoe dat ik vemagert ben van alzoo bloed af te gaan en het heeft alzoo mij veel gekost. 'K heb weer alzoo geen geld niet meer t is nu niet verdronken tenzij die litre wijn en dat fleschje kortendrank.. Dat heeft mij veel deugd gedaan want ik heb geheel dat  fleschke uitgedronken in een keer. Ik geloof wel dat het dat is die mij genezen hebt want die drank is goed voor het zeer in de buik.”

 Achiel Vandamme is overleden op 14 februari 1919 in het militair hospitaal van Antwerpen. Hij ligt begraven op het militair ereperk Schoonselhof in Antwerpen.

p Op zijn bidprentje lezen we: “ Op het ogenblik dat hij de zoete hoop mocht koesteren weldra zijn geboortegrond en de geliefden weder te zien velde hem de ziekte neder”.

donderdag 22 oktober 2026

De laatste bloem in de herfst


                   
   

Het wordt herfst. Mijn tuin is kaal geschoren. Met drie een dag lang hebben ze er over ontfermt. Mijn grootste boom staat er nog in al zijn naaktheid. Straks is het kijken naar de kerkhofbloemen.

Met dit mooi gedicht van de Zweedse Edith Södergran, vertaald door Lisette Keustermans mijmer ik over.
                              De laatste bloem in de herfst.

Ik ben de laatste bloem in de herfst.
Ik werd gewiegd in de wieg van de zomer,
ik werd op wacht gezet
voor de wind uit het noorden,
rode vlammen sloegen uit op mijn wang.

Ik ben de laatste bloem in de herfst.
Ik ben het jongste zaad van het dode voorjaar,
het is zo gemakkelijk om als laatste te sterven:
ik heb het meer gezien, sprookjesachtig blauw,
ik heb het hart van de dode zomer horen kloppen,
mijn kelk bevat geen ander zaad dan dat van de dood.

Ik ben de laatste bloem in de herfst.                                                                                                       Ik heb de diepe sterrenweelde van de herfst gezien,
ik heb het licht van verre warme haarden aanschouwd,
het is gemakkelijk om dezelfde weg te gaan,
ik sluit de poorten van de dood.
Ik ben de laatste bloem in de herfst.

Dit gezegd zijnde, zijn er in de herfst die zekerheden;                                                                         dat wij af en toe de regenscherm moeten uithalen, dat de bladeren van de bomen waaien en dat de wildliefhebbers hun goesting krijgen met eend, fazant, ree of everzwijn. Al weet ik niet of al dat wild van de jager komt of van de diepvries.

Ik herinner mij de tijd dat we in de Ardennen  met St Hubert de St Hubert mis bijwoonden met de jagers en hun honden in een volle basiliek

Nadien hebben we wild gegeten !

dinsdag 13 oktober 2026

Postbus


Nog voor de fietsende scholieren  voorbij rijden naar school ga ik naar mijn brievenbus om mijn dagblad en als daar naast de reclame een of andere belangrijkere mededeling in steekt. Helaas veel post wordt er niet meer gepost. Tijdens mijn ontbijt doorloop ik vlug de grote titels met onheilspellend nieuws over oorlog ,rampen en politieke ruzies. Je wordt het beu als koude pap.

Al vlug open ik mijn smartphone nieuwsgierig wat de sociale media mij biedt. Zelf plaats ik er geregeld een schrijfsel  Zo is dit mijn honderd en tiende column of facebook verhaal.  Men zou het bijna kunnen benoemen als het bijhouden van een dagboek. Maar dat is het niet. Het is een soort verzameling van faits-divers die voor kijkers op facebook kunnen interessant zijn in de mens achter het verhaal. H is ook zo iets als het vertellen wat er schuilt achter mijn belevenis.  Alles wat mij bezig houd kan een getuige zijn van een verlopen tijd, als een nostalgie naar het verleden.  

Mijn verhalen gaan over mijn thuis, mijn familie, mijn Geluwse roots en mijn studenten jeugd ,mijn vele kleine en grote momenten waarvan ik geniet.                                   

Soms denk ik aan mijn schoonvader. Toen hij bijna 106 jaar werd zegde hij soms alsof hij er nog wilde bij zijn: “Z’ hebben mij zeker vergeten ? ” Onlangs kreeg ik in mijn brievenbus het jaarthema van de Vlaamse Senioren . Het luidt “ Nooit te oud om te leven” en duidt op levenslust en er nog positief willen bij zijn.

 Het bedenken van die belevenissen en het verwerken in een tekst is als een uitgestoken hand naar de lezer.  Nu ik met de jaren een eenzame word denk ik aan de woorden  “ Niet de mens is eenzaam maar denken is eenzaam”. Mijn schrijfsels en de reacties van lezers louteren dit eenzaam zijn.

Na korte tijd verdwijnen mijn verhalen op Facebook. Daarom heb ik ze gebundeld in een blog op internet. Zo kan je een of meerdere verdwenen verhalen lezen of herlezen, zijn ze beschikbaar via een vertaaltoets of kunnen gedeeld worden

Surf dus maar op internet , je vind er je postbus op deze link: 

 germaindierynck.blogspot.com


donderdag 8 oktober 2026

Van Oma’s die niet meer bestaan.



Onlangs zat ik op een bank in het Rhodesgoed na een boswandeling te rusten. Kwam daar een gehandicapte dame bij zitten en vertelde over haar handicap, haar fotografie hobby en vooral uitgebreid over haar twee overleden oma’s waarover zij zoveel verdriet had.

Aanzag zij mij als een opa en metgezel voor haar oma ?  Ik zelf had nooit een oma gekend en slechts één opa. Ik miste ze. Was het daardoor dat ik geen groot knuffel beer ben omdat ik die oma knuffels in mijn prille jeugd  heb gemist ?

Ik ben op zoek gegaan in mijn stamboom  Bij het zoeken naar de wortels van mijn bestaan. Ik vond die mooie tekst over de stamboom. De schrijver ken ik niet, lees maar

De Stamboom

Als je een boom zou vragen:   Hé boom, sta jij nou alleen ?                                                                   zou hij, denk ik, zeggen::  Geef mij maar een boompje om me heen.                                                     Als je zou vragen:: Hé vader, sta je nou alleen ?                                                                               Dan zou hij, denk ik, zeggen:  Geef mij maar mensen om me heen.

Als je aan een boom zou vragen:: Aan wie geef jij het leven door ?
Dan zou hij, denk ik, zeggen: Daar heb ik mijn takken voor.
Zou je aan je moeder vragen: Aan wie geef jij het leven door ?
Dan zou ze , denk ik, zeggen: : Ja kijk, daar heb ik jou nu voor.

Als je aan een boom zou vragen:: Jouw leven, waar komt dat vandaan ?
dan zou hij, denk ik, zeggen:: Mijn wortels voeren water aan.
Zou je aan je oma vragen: Jou leven van oma waar  komt het vandaan ?
dan zou ze, denk ik, zeggen: van oma's die niet meer bestaan.

Dus bomen zijn als mensen: geen van de twee staat graag alleen.
In kinderen en takken  groeit het leven om je heen.
Jij, je vader en je moeder,  dat is een soort van levensboom,                                 
                                   ,die tak een eindje verder, dat is een tante of een oom.


En God, de vader van ons allen, van alle mensen, groot en klein.                                                             
Ja kijk, je zal het wel weten, Hij zal steeds de wortel zijn.

Veel zoekgenot naar je wortels. ! 



zondag 4 oktober 2026

EEN SCHEURKALENDER

 Als ik ’s morgens mij terugtrek in de kleinste kamer op het gemak dan overpeins ik de dag van vandaag. Daartoe hing jaren terug een scheurkalender. Het was mijn geheugensteun om te weten wat er zo te vieren of te beleven viel. Op de voorkant kon je de datum lezen, wanneer de zon op en neder ging en wélke heilige er te vieren was. Achteraan had je een kluchtje of een of ander weetje als van Tante Kaat.

Met 1 oktober staat St. Bavo in de kijker. Dan vieren de boeren “ Bamisse”. Mijn grootvader, lijk nog boeren, ging die dag na de feestmis met de opbrengst van zijn oogst zijn erfpacht betalen.

Doch ook in november waren heel wat andere heiligen te vieren zoals op 3 november St Hubert die ons het gewijd brood op tafel bracht om ons te behoeden van razernij en kwade beten van honden Wij moesten het zonder beleg consumeren.                                                                                                                                          Dan hadden wij op 11 november St. Maarten waarop wij met een uitgeholde biet als lantaarn van deur tot deur gingen zingen van “Sinte Maarten met zijn bloten arme..” om snoep binnen te rijven.                                                                                                      Op 25 november had je het St. Catharinafeest. Je kon die aanbidden voor het genezen van een “Katrienewiel” of lelijke zweer. Toen ik klein was ging mijn vader met mij naar Sente in Lendelede om de genezing van mijn etterende zweer af te bidden.                                                                                              Ste Katrien was ook het feest van de ongehuwde meisjes waarbij de jonge snaken een sexy- verjaardagskaart naar hun “  katrijntje “ zonden om haar er aan te herinneren dat zij nog door hem aan de haak te slaan was . Zo stuurde ik ook een kaart naar mijn prille lief tot ongenoegen van haar moeder.                                                                                                                                  Ook de Muzikanten en koorzangers vierden St. Cecilia In december en de pompiers met St.-Barbara bliezen feestelijk op hun klaroenen terwijl hun lever ferm geblust werd.

Die scheurkalender bracht dit alles in mijn herinnering. Helaas, elke dag werd een blaadje geplukt en werd mijn scheurkalender dunner en dunner. Het was lijk met het ouder worden bij Zulma Twiefelaere, 94 jaar. die zei dat ze  84 was. Als men haar verbeterde dat ze 94 was zei ze “ Ja, ‘k weet het, ‘k ga snel achteruit.”.

’t Is daarom dat ik nu geen scheurkalender meer heb. Nu ga ik  te rade ga bij “’t Manneke uit de Mane “, het kleinste wetenschappelijk boekje uit mijn bibliotheek. Het noemt zich zelf “Volksalmanak voor Vlaanderen”. Het is aan zijn 104e editie toe.. Naast de kalender en al de heiligen die wij vieren staan er heel wat wetenswaardigheden en vertellingen, geschreven door geestige pennen.



Ik hoef er geen blaadjes af te scheuren

donderdag 24 september 2026

Mijn Torhout-Werchter

Op dit festival ben ik er nooit geweest. Toch kan ik mij voorstellen hoe groots en meeslepend in die massa het moet zijn als ik terugblik aan de beleving van de IJzerbedevaart in mijn jeugdjaren

Dit dacht ik bij het lezen van het artikel over politicoloog Bart Maddens in De  Standaard van 16 september en in de bijlage van het ledenblad van het Davidsfonds waarvan ik bijna 80 jaar lid ben.

Bart Maddens heeft zijn roots te Geluwe. Zijn grootvader Dr Rermi Maddens was naast  een  goede huisdokter, Vlaams nationalist uit de jaren ’40 en lang schepen en gemeenteraadslid te Geluwe. Met Klaas Maddens ,vader van Bart waren wij te Geluwe in onze studententijd de voortrekkers voor de Vlaams0e strijd met de jaarlijkse IJzerbedevaart en de betogingen tegen het  Franskiljonse België

Hoe vele keren hebben wij zo luidkeelse als wij konden die strijdkreet “ Vliegt de Blauwvoet, storm op zee” gescandeerd.  Niet dat wij ware vogelkenners waren maar die vogel van Albrecht Rodenbach  was een mythische stormvogel als metafoor voorde Vlaamse ontvoogding in de onze studentenbeweging.

Jaarlijks trokken wij met een behoorlijke  groep, de Lernouts, de Gesquieres en andere , per fiets met leeuwenvlagjes getooid , naar Diksmuide. In ons Vlaams enthousiasme zongen wij “  het lied der Vlaamse zonen, het vrije kerelslied “ terwijl we heimelijk lonkten naar de Nele’s  in geelzwart outfit met de zwarte sexy-corseletjes.  Op de terugkeer dienden wij in een baancafétje nog eens onze keel te spoelen of via Roeselare in “ De Beiaard “ de strijd kompanen van Mik Babylon opzoeken.

Dit is die nostalgie dat Bart Maddens beschrijft in zijn onlangs uitgegeven boek “Ondergang” Hett is naar zijn zeggen een subjectief verhaal hoe hij de Vlaamse beweging en bijzonder hoe hij in zijn jeugd , zeg maar te Geluwe, de IJzerbedevaart heeft beleefd. Voor hem was de IJzerbedevaart een Torhout-Werchter !

 Meteen is het geen loutere nostalgie  maar ook een deprimerende zucht over de ondergang van de IJzerbedevaart door inwendige ruzie. Benieuwd om het te lezen.


Foto Jan Crab uit "Het accent"



zaterdag 19 september 2026

Kennismaking met antieke goden


Met de senioren van de bank bezochten wij het archeocentrum in Velzeke, een dorpje op een kruisweg van oude Romeinse heirwegen. In het Archeocentrum waren wij op zoek naar de Griekse en Romeinse goden vanaf het ontstaan van de wereld tot de Trojaanse Oorlogen.

In de gazet had ik gelezen over het geweldig succes van de nieuwe film over het Odysee verhaal uit Homerus en was benieuwd naar al die goden uit de Aeneas verhalen van Vergilius waarover ik in mijn Grieks-Latijnse opleiding gelezen had

De lieftallige Venus en grote baas Jupiter met zijn heldhaftige zoon Hercules, de Zeegod Neptunus en  Janus met zijn twee gezichten, de wijze Minerva en Niké van de overwinning , de lieftallige Venus en Cupido oergod van de liefde deden mij een belletje rinkelen.                                                                         Maar wat zou ik zeggen als de meesterlijke gids, lijk Piet Huysentruyt ,mij zou vragen “ Wat heb je vandaag geleerd ?”

Dan zou ik antwoorden.

 Eén, Veel van die goden hebben in onze taal een spoor nagelaten zoals in de benaming van onze maanden en jaren en uitdrukkingen ; Zelfs het West-Vlaams “sulferke of stekske “ noemen wij nu naar de god van het vuur: Lucifer.                                                                                               Twee: Nog steeds is de wereld vervuld van oorlog en confrontaties tussen de goden van nu als een Poetin of Trum–

Drie: Er is nog steeds seks en ongebreidelde liefde bij onze groten der aarde. Lees maar de boekskes of kijk in uw eigen stamboom.

’s  Anderen daags heb ik mij verder verdiept in die chaos van goden en godinnen. Ik heb uit mijn bibliotheek het lijvig boek van Jo Claes genomen over “ Griekse Mythen en Romeinse sagen” waarmee ik mij nog een tijdje kan zoet houden.

In elk geval het was een boeiende kennismaking.

 

 

 

zondag 13 september 2026

13 september 1980


46 jaar gleden is een hele tijd maar toch memorabel genoeg om er aan te herinneren.

Het was een historische dag voor de familie Vandamme , aanverwanten en afstammelingen die met duizenden Damme veroverden en zorgden voor een van de merkwaardigste dagen in de viering van 800 jarig bestaan van de stad Damme>.

Na de Eucharistieviering voorgegaan door Mgr E. De Smedt en opgeluisterd door het St.Jozefskoor uit Roeselare werd men ontvangen op het gemeentehuis door Minister Coens met een welkomstrede door Erevoorzitter Meester Fernand Vandamme . In de reuze feesttent schoof men aan voor een het Breughelfestijn met Barbecue of koude schotel. De ganse dag waren er optredens van “ Loas embajores”, een volksdansgroep en de Geluwse blaaskapelle, de Brugse Willy Lustenhouwer en Antwerpse humorist Tony Bell .

Nadien schreef de pers over een invasie, de verovering van D amme door 2000 Vandammes want het was al Vandamme dat men te Damme zag. Zelfs de “ Gazette van Detroit berichtte onder de titel “A sunny day for Fifteen hundred Vandammes”  en herinnerde er aan dat  “A hasty survey reveals that many of them came from Staden from Klerken and Woumen, from Zillebeke  from Ledegem and other place in East Flanders”

Ja, de pers zag de opkomst niet dubbel lijk in de mop van onze gastkomiek Tony Bell over zijn nonkel Zerome die zei: “ ‘k wamme mien vriend tegen in mien stamcafé en je was verwonderd da ’k een warerke an ’t drinken wos. “ Allé zegt ie, is ’t gedaan met de pientjes?” ‘k zeie  ja ‘t, ‘k en over e poar daogen familiefeestje van de Vandammes get en ‘k en nog nooit zo droenke gewist en ‘k en doar mien schoonmoeder dubbel gezien”. ‘k en gezworen van gin druppel meer te drinken

Nu bijna 50 jaar geleden besef ik hoe een eerste instuif als verzameling rond mijn opa een vervolg kreeg van een groot Vlaams feest in de geest van Tijl en de onafscheidelijke Lamme Goedzak. De Weekbode schreef “Je moet het niet alleen durven, je moet het ook nog kunnen.”

 

Met dit logo op stickers en blaadjes deden alle wegen van de vandammes naar Damme leiden..

vrijdag 4 september 2026

De bevrijding van Roeselare

 Toekomende zondag 6 september is er een grootse herdenking van de bevrijding van Roeselare door de Polen tijdens de tweede wereldoorlog.

Hierbij denk ik ook aan de bevrijding van Roeselare tijdens de eerste wereldoorlog  en op de frontsoldaten uit mijn familie.                                                                                                         Uit de meer dan 200 oorlogsbrieven die mijn nonkel Achiel Vandamme naar mijn moeder schreef blijkt dat er in haar familie heel wat oudstrijders waren: zoals haar broer Achiel , haar nionkel Kamiel Dewitte en haar kozijns Jules Vandamme, zoon van haar nonkel August  en de kozijns aan haar moeders kant :Kamiel, Joseph en Albert Verbeke,

.De geallieerde troepen vielen Roeselare binnen met Franse troepen waarbij ook Belgische divisies die de Franse aanval ondersteunden terwijl de Engelsen richting Menen naar Kortrijk trokken. Mijn oom soldaat Achiel Vandamme maakte deel uit van die invasie. Vanaf Calais tot Gent volgde hij als infanteriesoldaat en kanonnier de frontlinie.

In zijn meer dan 200 brieven  naar mijn moeder schreef hij op 29 sept. 1918 over de bevrijding van Roeselare: “ Onze dappere piotten zijn al over Roeselare en 2000 gevangenen genomen.”

“ Beminde zuster, op  Duitsch papier kom ik enige regelen te schrijven om de staat mijner gezondheid kenbaar te maken. Ik ben 8 dagen maar redelijk geweest, veel in het gevaar. Maar nu is het gebeterd. We zitten wederom in de slag nu onze dappere piotten al over Roeselare zitten en de Engelsen in Meenen. Ze gaan altijd vooruit want wij hebben al boven de 2000 gevangen genomen”

Op 12 oktober schrijft hij over de verwoesting in de streek “ Er was zelfs geen brieke meer te vinden.”.

“ Wij hebben altijd veel werk met den offensief en wij moeten weer gaan beginnen. ’t Is toch wreed, den oorlog is bijna gedaan en de Belgen mogen nu geen “ repos”  hebben. Gij vraagt hoe het gesteld is waar wij vooruit gegaan zijn. Wel, ik heb tot tegen Moorslede geweest met iemand van daar en noch ik noch hem wisten waar wij waren. Er stond daar niets meer recht, verre van daar, er was zelfs geen brieke meer te vinden. Verder zagen wij Dadizele die nog niet veel geschonden was. Ze schieten er nu hele dagen op en is ook al geheel plat. Als den oorlog gedaan is zal geen huis meer van geheel Belgie nog geheel zijn.”.

’s Anderen daags laat hij weten dat men moet oprukken tot Gent terwijl hij dacht dat de oorlog geen jaar meer zou duren.

“ Ik kom den brief te ontvangen met 10 frank er in waarvan ik zeer content ben want ik heb er nog wat nodig. We zullen hier van honger creveren moesten wij geen geld hebben om iets te kopen.                                                                                                                          Nu,morgen moeten wij wederom vooruit, ’t is tot Gent dat we nu moeten gaan en dan is het de Franschman die voort gaat. Wat zeker is, den oorlog zal geen jaar meer duren.

Nonkel Achiel is overleden op 14 februari 1919 in het militair hospitaal te Antwerpen ten gevolge van typhus opgedaan aan het front.    Op zijn bidprentje leest men:                                                                                            “ En vreugdig zag hij den zegepraal van ’t Vaderland en op ’t oogenblik dat hij de zoete hoop mocht koesteren weldra zijn geboortegrond en de geliefden zijns herten weder te zien velde hem de ziekte te neder. “

Lees meer over zijn frontleven in mijn blog : https:// Achielvandamme.blogspot.com



 

donderdag 20 augustus 2026

MIJN PERZIKBOOM

 

Wijl ik kilo’s perziken aan het ontvellen en ontpitten ben denk ik aan mijn tante Bertha. Heel lang geleden, bracht zij perziken mee uit de kloostertuin van de zusters benedictinessen in Menen. Zij waren zo hemels smaakvol en sappig.

Tante raadde mij aan enkele pitten ervan in mijn tuin te planten. En warempel zij kwamen uit en groeiden tot bomen. Met drie waren ze. Ze weerstonden de tijd en werden oud. Oud geworden waren ze niet meer productief en werden omgehakt.

 Eén telg uit de boom schoot uit de grond en groeide tot ook die oud en kreupel werd, weinig vruchten droeg en veroordeeld was om te verdwijnen.

Hoera !a ! Nu na drie hittegolven en droogte is het beginnen regenen en regende het kilo’s afgevallen perziken. De hevige hitte had insecten belet zich in mijn perziken te nestelen zodat ze ongeschonden twee weken vroeger dan normaal rijp waren maar klein. Mijn perzikboom liet ze los. Nu ben ik het uitzonderlijk  klimaat dankbaar geen  gezeur en gejank meer over het weer noch over mijn schijnbaar te oud geworden boom.

Ik heb mijn werk om ze te verwerken. Ze gaan in de diepvries, in weckpotten op zoetzuur, in drank en straks in gelei. Er blijft nog over om zo te eten of als een Pêche Melba nagerecht.

Dank u tante Bertha en zusters benedictinessen in de hemel voor de perziken uit uw tuin. Mijn oude perzikboom, tweede generatie, mag nog blijven en vruchten dragen, lekkere en vele.

 

“ Den schoonen dag zal zeker ook wel komen"

  Nu wij in november zijn zal er weer heel wat herinnerd worden aan “ De Grote Oorlog “ en zijn vele slachtoffers. Ik lees de meer dan 200 b...