donderdag 9 april 2026

Huisje, tuintje, autootje…

Onlangs keek ik op Play4 naar “komen eten” omdat er niet veel beters was. Men zag er diverse beroemdheden als fotomodel Astrid Coppens , vastgoedexperte Béa Vanden Daele en andere vedettes kokerellen in hun keuken waarvan Donald zou zeggen “ Gemaakt alsof het voor mij zelf was”. Wat een weelderige woningen en interieurs met een meubilair om te gluren naar hun welzijn en levensstijl ! Dan denk ik aan mijn nederige stulp.

Mijn tuingenot

Mijn huis dat ik 1963 kocht heb ik, lijk veel Vlamingen, koterijen afgebroken en gerenoveerd die mij herinneren aan de gestadige opbouw van mijn interieur in mijn eerste huwelijksjaren. Alhoewel niet zo luxueus hou ik toch van mijn huisje dat nog steeds mijn geliefkoosd  habitat is                                                                                                                              In mijn veranda waar ik het meest geniet heb ik  een mooi uitzicht op de tuin:  Met wijlen  mijn vrouw had ik een fair contract. Wij deelden elk de helft: zij de siertuin , ik de moestuin. Drie tafels en zes stoelen in het gazon nodigen uit op gezelschap. Helaas, het is een wishful thinking, dan maar wroeten in mijn moestuin om gezond en mobiel te blijven..

Minder mobiel is het voor mijn automobieltje. Die moet straks naar de autokeuring en zijn roetfilter laat het weten, hij spuwt een stinkende rook uit. Zijn dieselmotor is niet tevreden omdat hij zo weinig de baan op kan. Begrijpelijk als je thuis gekluisterd bent. Toch heb ik in het verleden veel kilometers op mijn teller, niet met huidige KIA maar met mijn vijf vorige auto’s. Misschien zou ik in al die jaren in kilometers naar de maan geraakt zijn ?

Met mij mijn eerste  Fiat 600 was ik in de zevende hemel ! Toen hoef je geen rijbewijs en was er geen autoleerschool , ijn oudste broer was mijn rij-leraar. Ik weet nog dat mijn eerste rit niet naar de zee was maar naar de risicovolle Kemmelberg met achterin mijn zus en moeder als twee paniekerige supporters. Op weekends was het heerlijk rijden in mijn smal wagentje zo knus bijeen met mijn lief.

Als jonge vader kocht ikvoor het  vervoer van mijn kindjes een fel rode NSU. Als vertegenwoordiger bij de bank kon ik van een collega een firmawagen overnemen: een Volkswagen Golf ( alias een bolhoedje). Maar miserie, miserie verstrooid van glorie vergat ik te tanken. Ik viel zonder benzine en moest te voet op zoek in Deerlijk naar een pompstation.                                                                                                                          De volgende twee auto’s waren deftige  Peugeots. Niets van te zeggen maar toen was er geen GPS en moest ik de weg lezen uit een Stratenboek.

’Nu zijn het andere tijden. De auto’s zij elektrisch geworden en gesofistikeerd met digitale snufjes. Dankzij Donald Trump is mijn Kia-diesel vol tanken een duurdere aderlating van mijn rekening. Toch blijf ik houden van mijn huisje, tuintje en autootje. en van mijn kindjes… maar die zijn haast alle op p

vrijdag 27 maart 2026

Ghilw’s bloed.

 

Volgens FB zou Menen en Roeselare dit jaar tot de meest marginale steden van Vlaanderen verkozen zijn. Vandaag reageert daarop  de Menense Ingeborg Deleye die in Roeselare woont in De Standaard.                                        Geboren en getogen woonde ik onder de kerktoren te Geluwe naast de stad .    “ Mieende “ met veel rood bloed. Tegen zijn goesting werd ons dorp gefusioneerd met Wervik met zijn blauw bloed en zijn speciaal accent.

Gevangen tussen die twee was daar ons geliefd “Gapersdorp”.

Zongen wij niet “ Wij zijn geboren Geluwnaren van taal en gemoed” het lied van toondichter Remi Ghesqiere dat wij op school leerden ? 

 En Guido Gezelle dichtte:                                                                           

 Heeft Gheluwe n’en  plompen  toprre                                                                      Al ware heel Vlaanderen een ei,
Gheluwe ware toch de dorre (dooier)
! "

Kris Louage maakte het hilarisch lied “ Ghilwe is de metropol, de schoonste stad van ol “ als een  ironie op de fusiestad Wervik. Luister maar.

https://youtu.be/bDwYhSmoou8?si=xu4I3b7-EyDrwbDG

Op zoek in mijn stamboom sedert wanneer mijn “ Geluwse roots “ begon vond ik dat mijn grootmoeder Sylvie Malfait , geboren was  te Geluwe in 1851. Sedert het bestaan van Belgiê   tot  nu woont het gros van mijn familie er nog. Ik zak ik er graag af en toe daarheen bij mijn neefjes en nichtjes.

Gedurende dertig jaar in mijn jeugd ben ik er op gegroeid en heb ik het sociaal leven gedeeld; Er was de school onder het strenge gezag van de Vervaecke’s ;Oswald en Hugo. Als broekventje was ik jarenlang misdienaar bij pastoor Sacrez en onderpastoor Patfoort, bij wie ik mijn eerste latijn leerde: “ Confiteor Dei omnipotenti ” . Er was de Chiro en de KSA . Als 12 jarige fietsten wij in groep dagelijks via d’ hoerekotjes in Menen-dorp en de driekoningen straat naar het college om er christelijk en wijs opgevoed te worden                                         Met Jozef Durnez als voorzitter van de Middenstand was ik secretaris. Ten gerieve van de plaatselijke middenstanders gaf ik het gele reclameblaadje “ t Gaperke” uit. Na mijn huwelijk opende ik de fabriekswinkel   “Flandrex” in de Ieperstraat naast “ Bruunten’s winkel, een klasgenoot van mij.

 Met Antoon Deltrour, Oswald Vervaecke, meester Jan Verbeke, Henri Depoorter, Antoon Lernout was ik het jongste  bestuurslid van het Davidsfonds. Als fiere Vlamingen protesteerden wij tegen de talentelling, met de marsen op Brussel, School en Gezin en voor de vervlaamsing van de Expo’58, waar ik tewerk gesteld was.

Daar waren ook nog mijn vrienden van “ De Platze”, mijn straat: de Ghequieres Stefaan en Tarci in wiens groten hof wij konden spelen en een appeltje plukken, de  Moerman 's Antoon en Jacques als goeie voetballers en de snelle meisjes van Kamiel Lernout naar wie wij heimelijk lonkten met Ward als kunstschilder en dichter. Er waren de  Vanneste’s met mijn leeftijdsgenoot Werner en zijn broer door een  vreselijke bominslag verongelukt en Werner door een bom levenslang blind geslagen, die een vermaard muzikant en orgelspecialist geworden is.

Al deze mensen en verenigingen hebben mij een Ghilwenaere in hart en nieren gemaakt. Wellicht was ons dorp toen al een buffer tegen het marginale Menen.

Na meer dan zestig jaar, Roeselarenaar geworden, voel ik mij nog steeds Gilwenaere van taal en gemoed. Soms gebeurt het dat ik in mijn slaap droom over mijn Gilwse heinneringen maar wakker word als een nuchtere Roeselaarse nieuwmarkter.

 

 

 

dinsdag 17 maart 2026

Hoera ik ben op pensioen !

Er is veel te doen over de loopbaan voor de berekening van het pensioen.

Toen ik jong was had ik een andere weet over een loopbaan. Als twaalf-dertien jarige hadden wij achter ons huis een straatje, het Doelke genoemd ,waar wij met burenvriendjes loopkoers hielden. Wij namen een traject van ongeveer 800 meter en liepen enkele rondjes tot de eindspurt. In mijn jeugdige overmoed dacht ik ooit een marathonloper te worden. Maar niets van, ik heb de sportievelingen laten lopen.

Hoera al 34 jaar behaalde ik de finish van mijn beroepsloopbaan en ben ik op pensioen ! Aan de start  begon ik vijf jaar te laat en stopte aan de finish vijf jaar te vroeg. Helaas het kostte mij 5% van mijn pensioen terwijl ik mijn vijf rondjes van niet gewerkte jaren wegens studie en ziekte moest bij betalen. Maar toch ben ik nu een vele jaren betaalde en tevreden marathon loper. Dank u vadertje staat.

Anders was het bij mijn ouders. Zij waren eerder dan dat de pensioenwet bestond gans hun leven zelfstandigen. Mijn moeder had voor  de zorg in het huishouden en het kweken van zeven kinderen een bij-job als winkelierster.  Op 67 jaar genoot mijn vader  twee jaren pensioen van 1500 fr. per maand !                                                                 Geëmotioneerd door de ervaring van huis uit over het zelfstandigen pensioen en mijn stage in het C.O.O, de middenstand en de kas voor kinderbijslag handelde mijn proefschrift als maatschappelijk assistent in 1957 n.a.v. de nieuwe pensioenwet in 1956  over de toestand van de zelfstandige ouderlingen in casu te Menen

Over de eindeloopbaan voor de berekening van het pensioen is heel wat heibel en discussie. Pensioen hervormingen bestaan dus nog en niet zonder slag of stoot zoals de “ pensioen malus “. Terecht las ik dit weekend in De Standaard daarover een column “In het gezin heb je geen job.”  

Zorg voor je gezin is geen baan, geen economisch contract. Het is een vrijwillige bekommernis in liefde voor elkaar en je gezin.                                                                  Destijds hing thuis in onze keuken een koperen plaat met de spreuk die ik nog ken omdat ik als achtjarige die spreuk moest leren lezen ; “ Daar alleen kan liefde wonen, daar alleen is het leven zoet waar men alles voor elkander doet !”  Zo leerden wij dat ieder zijn taak had in het gezin, ook de moeder aan de haard.

Mijn moeder en ook mijn vrouw zijn nooit ingeschakeld geweest in de arbeidsmarkt omdat zij kozen voor een vrijwillige zorg in hun gezin. In de vijftiger  jaren genoot ons moeder als thuis werkende de premie “ Moeder aan de haard “. Op aandringen van feministen werd die afgeschaft omdat men, volgens hen, vrouwen gevangen hield uit de arbeidsmarkt in een traditionele rol als huismoeder. Nu wil men dat die rol mee telt als een must voor hun pensioen.                                                        Misschien was de premie “Moeder aan de haard” toch geen slecht idee.

woensdag 11 maart 2026

DE KETTINGZAAG

Wie weet nog de uithangkaarten van de “ Bond zonder naam “  die haast in iedere huiskamer gehangen werden ? Het waren suggesties om het leven te verbeteren. Zo ook een kaart  “ Hier zaagt men niet” als wenk om niet te klagen, te ruttelen of pruttelen.

Want er wordt nog wat afgezaagd bij de mensen: over het weer, de levensduurte, de politieke crisis, allerhande onhebbelijkheden, onverdraagzaamheden bij de anderen .Heel dikwijls gaat het om onbenulligheden. Mensen met een grote tegenslag, met een zware ziekte of handicap hebben daar geen  nood aan. Soms zijn zij een rem op ons gezaag over kleine ongemakken.

 Men zegt soms dat de vrouwen het gemakkelijkst zagen ! Maar ik geloof dat niet. Mijn eigen vrouw, niettegenstaande haar zware ziekte, klaagde nooit. Toch las ik ergens een verhaal over  Berten, de schoenmaker. Zijn vrouw was een ongelooflijke zaag. De pastoor van de parochie wist dit ook. Toen hij bij de schoenlapper was kwam die vrouw juist binnen. Hij dacht - t’ is het moment - en langs zijn neus weg zei hij tegen de schoenmaker: ” Berten, als het mogelijk is, ik zou willen dat je de zolen maakt met leer van vrouwentongen, dat verslijt niet. “

Zo heeft men diverse zagen: een figuurzaag, een handzaag, een cirkelzaag of kettingzaag. Naast goed materiaal moet men wel enige handigheid en routine hebben. Niet, zoals die “ doe-het-zelver” die tweemaal een plank had afgezaagd die nog steeds te kort was.

In mijn verste herinnering weet ik nog dat ik in mijn jonge jeugdjaren met een figuurzaag heel wat mooie objecten heb gezaagd. Weken lang heb ik gezaagd aan een boekenrek met voorstelling van de ondergrondse koolmijn. Jammer, dan had ik geen smartphone voor een foto.

In mijn bos in te Wachtebeke en  mijn buitenverblijf in de Ardennen heb ik heel wat bomen met een kettingzaag afgezaagd om, ten spijt van de Groenen, klaarheid te scheppen rond mijn huisje. Helaas, eens is het gebeurd dat mijn duim  ietsje te lang zodat hij met de top in de kettingzaag terecht kwam. Geluk bij een ongeluk, komt veelal voor !  Het was enkel maar rakelings en met de goede zorgen van een vriendelijke verpleegster kwam alles weer in orde.                                            

Vandaar mijn ambitie om te duimen voor ” Een week zonder gezaag! “

  

vrijdag 6 maart 2026

The day after

 Om het in zijn Engels te zeggen. Wij hebben het weer gehad en op zijn Vlaams. “ We zijn weer in ons dagelijkse doen ”. Gisteren was ik weg uit mijn eiland met mijn sier- en groetentuin. Mijn spade en kruiwagen heb ik laten staan, werkloos.

Het was de traditionele ontmoeting met oud collega’s van de bank die ik 34 jaar eerder achter mij gelaten heb. Als Nestor van de Seniorenclub, meer dan dertig jaar terug met collega Cyriel Vandenameele opgericht, voel ik mij nog steeds happy.

Om het zeer professioneel te noemen was het de Jaarlijkse Algemene Vergadering met als hoogtepunt op de agendag een heerlijk diner in het Hotelrestaurant Stella Maris te Merksem.

Voor een Cava-tje, een tomatenroomsoep, een vol-au vent kroket ,een zalm-supréme op lichte brocoli-coulis, een kipfilet met asperges, bonenkruid in kalfsjus, een met vanille-kirsch room in gel van abrikoos, mokka en versnaperingen, alles overgoten met een wijntje spoor ik graag drie uren heen en terug.

Bij al dit lekkers is er vooral het weerzien en de herinnering van collega’s met de ervaring dat er nog leven is na HBK. Afwezigen hebben steeds ongelijk en weten niet wat zij missen.

Helaas, vandaag ben ik weer zelf chef kok van dienst. Met pastinaak, de ”vergeten groente” en prei uit mijn tuin bereid ik een lekker soepje vergezeld van een aardappel puré met een gebraden kipbil. Méér moet dat niet zijn Het feest is voorbij. 

Bij deze komt het mij te binnen dat wij in de vastentijd zijn.



woensdag 25 februari 2026

EEN MONDJE MEER OF MINDER.


Met vroege kindersterfte maakte ik voor het eerst kennis met  de begrafenis van een klasgenootje in de kleuterklas. Een ervaring die mij bijgebleven is.

Ook als kleuter in 1935 overleed mijn drie jaar jongere zusje Marie Cecile en in 1921 verloren mijn ouders hun oudste dochtertje Elza, beiden geen één jaar oud. Zoals gebruikelijk werden de kindjes vooraleer te begraven naar de kerk gebracht niet voor een rouwdienst maar voor een “Engelenmis”.

In 1941 was er de Roobaert moord waarbij mijn één jaar jongere nichtje Yvonne in de brand vreselijk omkwam. Het heeft mij zeer geraakt.

Later, amper 20 jaar oud maakte ik het sterven mee van mijn oudste broer zijn dochtertje, vijf maanden oud. Op het gedachtenis prentje las men: “ Ons kindje ligt zo stil, zo stil- Och vader, moeder t’ is Gods wil”

Een borelingske of baby of jong kind verliezen is vreselijk. Maar wat is dat nog als men verder in zijn familiegeschiedenis ziet hoe vaders en moeders veelvuldig kinderen te wereld brachten en vroegtijdig moesten afgeven ten gevolge van ontbrekende medische zorgen en ontbering.

Ten tijde van mijn verste voorvaders, in 1600 tot 1800 overleden 30% van de kinderen  vóór hun eerste verjaardag en ruim 43% haalde de vijfde verjaardag niet. Amper enkelen overleefden hun veertigste en een 70 jarige was een unicum.

In mijn stamboom  ben ik opgeklommen tot mijn verste voorouder Joseph Dieryck geboren in 1678, overleden in 1734 en gehuwd met Vanspannen of Despaigne Petronella (1685-1726). Tot voor de jaren 1800 werd de familienaam Dierynck als Dieryck geschreven.

Zijn zoon, eveneens Joseph, geb. in Wijtschate op 12 juli 1718 huwde op 10 oktober 1737 te Hollebeke met Marie Petronella Alleman (1715-1764). In mei 1764 hetzelfde jaar van haar overlijden huwde hij te Langemark met Johanna Genoveva Aldeweerelt (1728-1801) In zijn eerste huwelijk had hij 9 kinderen en vijf in zijn tweede huwelijk.  Slechts 4 van zijn 14 kinderen uit twee huwelijken werden ouder dan 40 jaar nl resp. 44-58-63-74 jaar.

In zijn tweede huwelijk had hij een zoon Ludovicus Innocentius Dierynck die genoemd werd naar hun overleden Ludovicus in zijn eerste huwelijk. Heel dikwijls werd ter nagedachtenis aan een overleden kindje het volgende identiek genoemd.                             Ludcovicus, geboren te Langemark op 24 juli 1770,  huwde op 1 december 1799 te Zonnebeke met Maria Joanna Delthour . Daarvan werden van 10 kinderen slechts drie ouder dan 40 jaar.                                                                                                      Zijn oudste zoon Charles 75 jaar. had op zijn beurt 12 kinderen. Twee kinderen werd dood geboren, twee stierven één jaar oud, 4 werden resp. 62,62, 77 , 78 jaar.

Uit het gezin Charles Dieynck stamde mijn grootvader Bruno (62j.) die ook 12 kinderen had, vier zijn vroeg gestorven. Mijn vader was de jongste en vele nonkels heb ik  nooit gekend. In ons gezin  waren er negen kinderen waarvan twee vroeg gestorven.

In mijn moeders tijd zong men “Zou men armoe lijden om een mondje meer ?”.   Honderden jaren eerder dacht men misschien: “ Zou men rijker worden om een  mondje  minder ? ” .


woensdag 18 februari 2026

KORT VERBLIJF

 


0p 18 februari 2007 overleed mijn schoonvader Gabriel
Versavel, 105 jaar oud! .In augustus zou hij 106 jaar worden. Hij was de oudste man van West-Vlaanderen, nochtans had hij Dr. Lecompte niet geraadpleegd. Wel had hij zijn eigen methode. Toen een reporter, bij zijn eeuwfeest hem vroeg wat hij gedaan had om zo oud te worden en zo fris van geest te blijven gaf hij zijn inmiddels legendarische remedie:

 “ De kerk bekijken van binnen, de cafés van buiten en de vrouwen van ver “

 Mijn schoonvader  had een goed gevuld leven.  “ Van werken ga je niet dood . Toch moet men eens gaan als men u daarboven roept.” Zei hij.
Gans het dorp kende hem en werd steevast genoemd als “ Meester Versavel”. Slechts  op 71 jaar is hij op pensioen gegaan als hoofdonderwijzer en tot lang nadien kwamen oud leerlingen  hun goed of minder goed rapport tonen of zijn raad vragen.

Zijn stokpaardje was het hoofdrekenen en geheugentraining. Tot kort voor zijn overlijden kon hij met een verbazend gemak grote getallen vermenigvuldigen. Hij had een hekel aan die rekenmachientjes en had van die rekentrucjes die door wiskundigen nu als waardevol aanzien.

Hij was ook een man van het buitenschools onderricht, gaf voor honderden landbouwers uit het omliggende landbouwcursus en voor verenigingen talrijke voordrachten over het telen en het gebruik van kruiden. Zijn spreuk was: “ Er bestaat een kruid voor ieder kwaal in nood, alleen niet voor de dood “ en  “Maak van uw maag geen apothekerswinkel”.
Naast zijn kennis van kruiden had hij een speciale intuïtie, zelfs een soort helderziendheid als een zesde zintuig. Hij hanteerde als hobby de pendelroede. Bij honderden was hij geroepen: voor het zoeken van water bij het steken van een boorput, bij mensen met klachten over schadelijke stralingen of voor het vinden van verloren voorwerpen.

Als twaalfjarige heeft hij de eerste oorlog gekend en de vlucht voor de Duitsers meegemaakt. Over de oorlog heeft hij heel wat opgezocht, schreef er twee boeken over naast een boek “Passendaalse Herinneringen”. over het sociaal-culturele leven op zijn dorp;  Op TV was hij meermaals een getuige van de gruwelijke oorlog in zijn streek en mensen op de vlucht.

Op taalgebied leverde hij bijdragen over spreuken, vlaamse gezegden en het dialect. Hij schreef heel wat heemkundige bijdragen in tijdschriften . Gedurende 75 jaar was hij lid van de fanfare waarvan 40 jaar als spelend lid en later als bestuurslid.  Fit als hij was op zijn 70 jaar gleed hij met zijn leerlingen mee op de glijbaan en op zijn 100 jaar stapte hij nog mee achteraan de fanfare

 Toen hij met Kerstmis ziek gevallen is en in het ziekenhuis belandde werd hij na enkele weken weggestuurd omdat hij geen verpleging meer nodig had. Met de meeste moeite werd een Rust en Verzorgingstehuis gevonden. " Er was nergens geen plaats in de herberg" voor een 105jarige. Tenslotte verkreeg hij een  “ kort verblijf”  van maximum 8 weken  in het RVT te Moorslede.

Nog een raad: Wie niet op een wachtlijst staat voor een RVT zou best maar rekenen op een “kort verblijf “ hier op  aarde.


woensdag 11 februari 2026

DE DAG VAN VANDAAG


Ik heb het niet over het TV -programma waarbij drie genodigden dienden zich te herinneren wat er die dag was gebeurd. Neen, ik heb het over vandaag 11 Februari.

Vandaag is het in Lourdes de grote feestdag, zich herinnerend aan de eerste  van de 18 verschijningen te Lourdes.. Tienduizenden bedevaarders zullen er vandaag zijn om deel te nemen aan de plechtigheden. Honderden organisatoren zullen er zijn om het bedevaartjaar voor te bereiden.

Jammer zal ik er niet bij zijn, hopelijk ben ik er in mei en juli. Ik leef met hen mee mij herinnerend de honderd bedevaarten en vele activiteiten omtrent Lourdes en de “Vrienden van Lourdes”.

.Honderden Lourdesreizen zijn er in de loop der jaren uitgekeerd uit de lidkaarten die door vrijwillige ijveraars zijn verspreid. In ons topjaar waren we met meer dan drieduizend leden die door deur aan deur verkoop werden geworven. Helaas vandaag de dag is dit niet meer van deze tijd.

Toch blijf ik bewonderend zien naar de tienduizenden bedevaarders die voorts in Lourdes komen ook op de dag van vandaag

Bij deze wil ik u uitnodigen voor een virtueel bezoek aan het Heiligdom via mijn collectie postkaarten uit Lourdes. Het zijn er maar rond en om de 5000. Ik noem ze    “ 5000 groetjes uit Lourdes.”. Je vind ze op mijn blog: “ Lourdesgroetjes.blogspot.com “ .




Tekstvak: Klik op de link

Huisje, tuintje, autootje…

Onlangs keek ik op Play4 naar “komen eten” omdat er niet veel beters was. Men zag er diverse beroemdheden als fotomodel Astrid Coppens , vas...