donderdag 6 augustus 2026

Champagne…

 

Als deze heerlijke bubbels uitgespoten worden is er iets te vieren. Is het Wout Van Aaart of Remco op de eretribune van de ronde van Frankrijk in Champagne, is het de geboorte van n’en nieuwe Dierynck, of wat is het. ?  

 Vandaag schrijf ik mijn honderdste column op Facebook. Het wordt een  retrospectieve. Lees maar mijn geschrijf.  



Het begint met mijn voorouders in Een mondje min of meer en met  Mijn grootvader Jules Vandamme, Mijn brief aan  opa  en zijn Paardenkoets. In Huizenjagers zie ik nog het ouderlijk huis terug met Gilws bloed in de Knechteschole. Er zijn er mijn tantes en nonkels zoals Tante Belle en Tante Valentine, mijn vrienden en ex-collega’s van de bank in The day after , Met mijn exen aan tafel en zelfs zond ik in een stoute droom mijn directeur naar Het Hiernamaals.

Met 11 November is er de herdenking van de grote oorlog met mijn nonkel frontsoldaat . en Mijn moeder was een vluchterlinge en met de roofmoord op de Roobaert was er de Ramp van de gulden oogst. In mijn jeugdig Vlaams idealisme was ik een van de Clericale Fascisten met betogingen Bussel Vlaams en het Davidsfonds. .

Dan ben je al aan pagina 40 van mijn boekje. Lees maar verder want op pensioen heb je Tijd te kort. Er zijn dan honderd reizen naar Lourdes in De dag van Vandaag, Gratis telefoneren naar de goede God , Groetjes uit Lourdes, Een mirakel, een Kerkbaljuw en de Honderdste keer.

Toch is er nog tijd voor Huisje, tuintje, autootje en  Mienen hof .Natuurlijk moet ik ook nog voorzien in een gevarieerde dagelijkse kost met Nouvelle Cuisine  en Vrijdag-Visdag.

Hoera ik ben op pensioen met  De zevende dag en  Outfit. Ja, gepensioneerd zijn is als het Aards Paradijs met de distels en doornen er bij.

Deze en nog meer columns zijn als een “selfie”  maar dan in zwart-wit. Zij herinneren aan de goeie niet vergeten tijd en helpen  het alleen zijn vergeten .

 De ganse reeks is verzameld in een blog met de link:  germaindierynck.blogspot.be

Dank u wel lieve lezers voor uw aandacht en commentaar Laat mij eentje drinken op uw en mijn gezondheid. Prosit !

maandag 3 augustus 2026

Zondag

 

Zondag

Voor sommigen is de zondag een dag als een ander. Alleen dit hebben ze gemeen: men moet niet werken. Men kan  uitslapen een halve voormiddag lang. Ja, maar dat zijn geen mensen op pensioen, die hebben nog de tijd gekend van de oude catechismus die leerde dat luiheid ,een van de hoofdzonden, het oorkussen van de duivel is. Dus tracht ik op zondag mij zo weinig mogelijk te belasten.

Anders dan op andere dagen trek ik mijn beste pak aan. Dat heb ik van mijn ouders geleerd wiens stiel het was dat de mensen op zon- en feestdagen deftig gekleed waren. Méér nog, van een pater in Lourdes heb ik geleerd dat je mooiste outfit een eerbetoon is voor  dag van God . In de week zag hij er als een sloddervos uit maar de zondag stond hij op zijn piek best.

Op zondag zijn er voor het ontbijt geen gewone boterhammen met choco maar kramiekbrood met rozijntjes, of een croissant bijna zo lekker als in Frankrijk. Dan  ga of  fiets ik naar de zondagsmis waar ik meestal dezelfde gelovigen ontmoet. Ik weet dat mijn schoonvader in het weekend tweemaal ging waarbij één voor wie er niet ging.

Mijn middagmaal is steevast “ beefstuk frites”, dat vraagt geen loodzwaar  werk zodat ik kan kijken naar de “zevende dag” in de televisie.

Na mijn middagdutje heb ik last van het “ lege-nest-syndroom”. Heb je dit virus ook nog gehad ? Je voelt zich door God en klein Pierke verlaten. Je ,hebt je kroost zorgvuldig opgevoed en ze zijn de deur uit. Erger als je 94 bent, dan lijden zelfs je kinderen van dit virus want ook je kleinknderen zijn de deur uit.

Iedereen weg. Zelfs God zag dat een man niet gemaakt was om alleen te zijn en hij schonk hem een beminnelijke vrouw. Waarschijnlijk is dit op zondag gebeurd want zij was uitermate aantrekkelijk in haar outfit.

Wijl ik zit te mijmeren over de drukke zondagen van weleer herinner ik van een socioloog in mijn studietijd dat er voor elke stress een “vluchtheuvel” is. Dus trek ik het bos in, weg van de hitte, zon , zee en strand voor mijn favoriete wandeling in het Rhodesgoed met honderden bomen in mijn gezelschap wellicht vele van mijn leeftijd.

Op het overvolle terras geniet ik nog van het staren naar al dat schoon volk die van hun zondag een uitstap-dag of vluchtheuvel maken

                                        Terras Rhodesgoed.


zondag 26 juli 2026

MIENEN HOF

 


“ ‘k plantte ne keer patatten in mienen grond” zo  zong Willem Vermandere.                                                                                                   Ik plantte evenzeer patatten, ze groeiden en werden rooi rijp. Maar …het was lijk in het Evangelie van verleden zondag; Er groeide hels veel duivels kruit over mijn patatten. Het kruit heb ik naar de verdoemenis gestuurd en de goeie geliefkoosd al waren zij lijk de gelovigen van nu, niet in overvloed. Ik heb ze getrieerd: de kleine zal ik met pel en al frituren, de grote in frieten snijden, een deel in puree en de rest zo maar.   Je mag het geloven, het zal hemels smaken.

Het was niet alleen het kruit, ook de weergoden waren mij niet gezind. Met hevige hitte en droogte verschroeiden  zij mijn spinazie, lieten niet toe dat mijn erwten en bonen opkwamen en dat mijn rabarber maar rmager bleef, niet genoeg om er een frisse rabarberwijn te brouwen.                

Een legende zegt, dat als het op Sint Margriet, 20 juli, regent, zij ons zes weken nat verdriet zou geven. Maar ook dat niet. Misschien was ik fout.Dan was ik in Lourdes, maar vergat te bidden tot St. Margriet, patrones van het regenrijke Schotland.    Miserie, miserie wat is dat allemaal.

Gelukkig heb ik nog mijn tomaten die mooi rood blozen en mijn pompoenen die zo rond komen als dikke Mathilde.


 


 

  

vrijdag 24 juli 2026

OUTFIT.

 21Juli, ik zit op de sneltrein naar huis , acht uren lang. Op mijn smartphone kijk ik naar het Koninklijk défilé voor het Te Deum “ VoorVolk en Vaderland” . Bijzonder bekijk ik Prinses Delphine , een buitenbeentje in de familie. Zij draagt een outfit n felrood minikleedje en in stijl van een hart. Zij heeft kennelijk een missie: eigenzinnig en uitdagend, artistiek en sentimenteel.

Ingedommeld in ene slaaproes zie ik mijn collega’s in de Hospitaliteit die ik verlaten heb. De man uit Toulouse wiens moeder van hetzelfde geboortejaar 1932 is en in een woonzorgcentrum verblijft. Hij is bezorgd over mij. Over de middag drinken we samen een aperitief. De jongste is 27jaar , Rory Mc Donald , een Engelsman . De Oostenrijker, koster-organist ken ik al vele jaren zoals die Engelse musicus en die leuke Schot. Die kleine Indiër die in Denemarken woont en naast Deens  Engels spreekt. Dan zijn er de vele Italianen. Lourdes is een kleine wereld.

Men vraagt mij dikwijls wat ons eigenaardig outfit betekent. Het zijn draagriemen over onze  schouders;,die hospitaliers ten  tijde van Bernadette gebruikten om de zieken op brancards naar de Grot te dragen. Het is ons symbool. Wij dragen geen brancards maar wij dragen de zieken en de pelgrims in ons hart. Daarbij dragen wij ook het blauw  lint met de médaille en het omgekeerde St Petruskruis als teken van nederige dienstbaarheid. Het is geen ereteken maar een christelijk scapulier als teken van toewijding tot Maria. Onze groep is een  broederschap, één familie;

Wakker geworden, staat voor mij de treinbegeleidster als een hostess in haar dienstuniform om mijn treinticket te scannen. Bij een kleurlinge voor mij is er iets mis. Grote discussie een tweede begeleider van hogere rang komt er bij. Zij moet in het volgende station Marne- la -Vallée uitstappen. Een uniform heeft ook gezag.

In het station Charles de Gaulle stappen heel wat reizigers met pak en zak  uit om verder het vliegtuig te nemen. Voor hen begint de vakantie.

Op de trein is er altijd iets te beleven, Wij naderen Lille Europe en op mijn gsm kijk ik onrustig of het met mijn afhaaldienst alles oké is.

Straks ben ik weer thuis alleen. Ik zal mijn valies uitpakken en eens knikken naar de foto van mijn schat ; “ Het is goed geweest ! “

Hospitaliers in de eerste jaren. 
Een postkaart uit mijn collectie


Een mirakel ?

 Eens vroeg mijn directeur, een verstandig man, wanneer ik voor de zoveelste keer mijn verlof opgaf om naar Lourdes te gaan: “ Heb je daar eens eens mirakel gezien  ?”

 Soms wordt laagdunkend geschreven of gepraat over de mirakels te Lourdes. Er zijn er wel , maar niet zoveel. Een mirakel ondergaat een wetenschappelijk medisch onderzoek dat de genezing plots en onverklaarbaar volledig genezen is. Zo zijjn er onder de 7000 melding van genezing in al die jaren slechts 72 erkend. Een van de eerste is het mirakel van Pieter Derudder uit Jabbeke na bede aan de Lourdesgrot in Oostakker waar wij met de Vrienden van Lourdes reeds meer dan 20 jaar rond 25 Maart op bedevaart gaan.

Wel zijn er veel wonderen.  Op mijn 94 jaar heb ik soms ouderdoms  kwaaltjes, niet erg maar vervelend en door een specialist moeizaam te helen. Nu plots in Lourdes aan gekomen , is als bij wonder , die kwaal weg. Het zal wel geen mirakel zijn  wel het  gevoel hier  in de zevende hemel  te zijn.

Er zijn zoveel mooie herinneringen aan de vele jaren die ik met mijn echtgenote beleefde , met brancardiers en de “ gasten “  onder hun zorg. Nu zijn de meeste er niet meer en zijn ze onze supporters bij Maria in de hemel.

Men zou niet  meer dan honderd keren in Lourdes zijn ware daar niet de wonderbare ervaring  van de rituëlen , de gebeden, gezangen en processies. Zij zijn een therapeutische kuur in ons geestesleven, ons mentaal en fysiek welzijn.

Dank u wel Maria en zoals wij hier in Frankrijk zeggen “ si Dieu le veut “ tot een volgende keer.


De lichtprocessie, zes jaar geleden, tijdens de Corona tijd in mindere editie.

vrijdag 3 juli 2026

De knechteschole


 Zuhal Demir wil het schoolbord afvegen en invullen met nieuwe leerplannen, meer lestijden en een efficiënter onderwijs.                                                             Tot mijn twaalfde volgde ik te Geluwe de lagere jongensschool, op zijn Gilw’s genaamd:  de “knechteschole “. Je denkt “what’s in a name?” Een knecht klinkt stoer en is iets voor doetjes. Doch  het betekende ook volgzaam en gezagvol jegens zijn meesters. Zo had Zuhal Demir het in de Engelse elitescholen  gezien.

Na meer dan tachtig jaar kijk ik respectvol naar onze “meesters” uit die tijd.  Hoofdonderwijzer was Joseph Vervaecke met zijn broers meester Hugo en Oswald Vervaecke . Hugo was een strenge, hij durfde wel met een regel op je vingers kloppen of je bij de oren nemen. Evenzo Medard Mathys, maar Hugo Driessens die in het eerste studiejaar stond was een gemakkelijke. Ik denk dat hij ons leerde zingen met o.a. het dorpslied “ Wij zijn geboren Geluwnaren “. Dan had je nog meester Vienne, meester Van Renterghem en Duttellie. Nestor Verbeke was van Menen met Geluwse  roots. Als kroostrijke familievader was hij een vader voor zijn leerlingen. Dan had je nog Jan Verbeke die in het zesde leerjaar stond. Hij was de man van de letteren en had zelf al twee romans geschreven. Hij was mijn favoriet  die mij aanspoorde lid te worden van het jeugd Davidsfonds en veel jaren later mijn metgezel was in het Davidsfondsbestuur.

Er was tucht en gezag in de school zoals veel leraars  het nu zouden wensen. Als de bel klonk diende iedereen in rang voor zijn klas te staan.  En als wij iets mispeuterd hadden waren fysieke straffen goed voelbaar. Nu zou dat een marteling zijn. Toen zei ons vader dat wij er deugd van hadden.

Er was geen digitaal bord noch laptop of tablet maar een zwart bord  met krijtjes en een bordveger. Wij schreven met pen en inkt en daarvoor stak in iedere bank een inktpot. In de plaats van een atlasboek hingen zoals je kunt zien op de foto grote landkaarten aan de muur. Om ‘s winters de klas te warmen stond er een roodgloeiend kolenkacheltje.                                                                                     Alles was gratis. Onze ouders betaalden geen dure schoolrekening. Zelfs kon de meester maandelijks enkele spaarcenten optekenen in het spaarboekje bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas.

De schoolweek liep tot zaterdagmiddag. Na school hadden wij geen huiswerk. Leren gebeurde in de klas met geheugentraining. Wij memoriseerden de gehele catechismus, losten rekenkundige vraagstukken op leerden de vermenigvuldiging tafels.  Bij het declameren van gedichten herinner mij nog goed dit gedicht  “ ’t Zijn droeve tijden als de oorlog woedt en mensen men slacht lijk deren” van  Gentil Antheunis

In mijn schooltijd woedde de oorlog en was er de Duitse bezetting. Ik weet nog een periode dat de school ingenomen werd door de soldaten en les gegeven werd op verschillende alternatieve plaatsen zoals het stadhuis of een of ander lokaal van een herberg. Om de magere oorlogskost te overbruggen kregen wij soms via de ravitaillering tijdens de speeltijd soep bedeeld of een soort Betterfood koek en van die wansmakelijke levertraanolie en dito pillen.

Met de bevrijding van de Duitsers was het ook de bevrijding naar het college, door de knechteschool, flink klaar gestoomd.


                            Schoolfoto met mijn twee jaar oudere broer.


donderdag 25 juni 2026

Tante Belle


Mijn oudste zus noemde Isabella, misschien naar de mooie Spaanse koningin Isabella van Castiliië. Maar haar neefjes en nichtjes noemden haar Tante Belle op zijn Ghilw’s als tante Bille met een vette “i ”. Niet zo maar want: tante was een uit de kluiten gewassen exemplaar.                                                                                   Niet alleen de kleinen die in sprookjes geloofden maar ook wij alle huisgenoten noemden haar  oneerbiedig tante Bille . Het klonk grappig, het klonk cynisch en zij vond het zelfs oké. Zij voelde zich als een speelbal: weliswaar rondborstig maar leuk en gezellig speels.  Vandaar ook dat zij in de verlofperiode met de familie mee mocht kamperen aan zee te Lombardsyde, of in de Ardennen nabij Laroche.        

Als naaister met een diploma van het pensionaat St Georges had zij een grote dressingkast en was  steeds chique  gekleed als een fee lijk Sneeuwwitje of Assepoester. Als zij op haar mandoline speelde leek zij een soort Tante Terry met leuke verhaaltjes en liedjes van nonkel Bob. Al had zij geen kinderen zij was tot zesmaal doopmeter tot ver in de naaste familie en met Nieuwjaar was zij hun suikertante.

Heel lang is zij ongehuwd gebleven. Kort na haar  vijftig jarig jubileum als maagd kreeg een Wervikse snoodaard van een Vos haar te pakken. Dan was het hek helemaal van de dam en de suiker van de tante. Als gepensioneerde familiehelpster leefde zij voortdurend in vakantiestemming.

Haar verblijf te Wervik werd afwisselend gedeeld in een drie maanden lange overwintering aan de Costa Brava en een zomerverblijf in haar stacaravan te De Haan. Vader die duivenmelker was en nooit één dag vakantie nam en slechts éénmaal op uitstap is  geweest naar De Panne aan zee zou gezegd hebben: “ zij is lijk één van mijn reisduiven, ze kan niet in haar kot blijven”.

Straks begint de vakantie en bijna niemand blijft in zijn kot. Aantrekkelijke reisbrochures lokken naar verre vakantieoorden. De reis kan niet ver genoeg zijn. Men maakt reisplannen, ook mijn valies staat klaar om te vertrekken.

Als ik op reis naar Lourdes in Bordeaux of Parijs in de wachtzaal van het station ben  zie ik dikke stadsduiven  rond de toeristen ongegeneerd  heen en weer trippelen om een graantje te  pikken. Hun enig verblijf is het station. Het zijn geen reizigers maar zij genieten van de kruimels van de toeristen.

Dan denk ik aan mijn vaders reisduiven die wel mogen uitvliegen op een reisvlucht tot in het diepe Zuid Frankrijk en bij thuiskomst ruim hun duivenvoer worden voorgeschoteld.

En jij. Tante Belle, wens ik alle zaligheid op uw ultimate reis hoog boven de wolken.

 


vrijdag 12 juni 2026

Het alléén zijn vergeten.


Mijn schoonvader zaliger toen hij 105 was zei soms: “ Z‘hebben mij zeker vergeten, dat ze mij maar komen halen”. Alléén overblijven is zeker niet leuk, de mens is ook niet gemaakt om alleen te zijn. Dat weet ook mijn kleindochter die een week geleden met familie en vele vrienden feestelijk in het huwelijk trad en ik hen op een lang en gelukkig samenzijn mocht toejuichen.

Als ik ’s morgens rond vijf uur wakker ben en door het venster de vele strepen walm van het vliegtuigen-parcours boven de wolken zie denk ik aan al die reizigers ergens ver weg van hun habitat. Ik lig hier, moederziel alleen.

Ik weet dat ik nog niet vergeten ben. Alhoewel , mijn geliefde, broers en zussen en vele vrienden zijn er niet meer. Er zijn nog de herinneringen, de fotoalbums, de niet vergeten verleden tijd.

Het wordt een kunst om het alleen zijn te vergeten. Onlangs las ik over een speciaal Engels woord “ maxxing” nl. de uiterste voldoening putten uit je situatie, m.a.w. op zijn Vlaams: “content zijn van u zelf”.

Ik geniet van mijn tuin als hij groeit en bloeit, van mijn zelf gekookte maaltijd, van de rust in een wandeling door het bos, van mijn jaarlijkse Lourdesreis, van het samenzijn met schaars geworden vrienden, van mijn geheugentraining met een opgeloste kruiswoordraadsel of cryptogram, van zoveel kleine dingen. Je kan dit lezen in meer dan 90 verhalen in “ MIJN VERHAAL” op germaindierynck.blogspot.com

Als ik een metgezel heb is het mijn smartphone. Die heb ik altijd bij. Het zou kunnen dat iemand of mijn kinderen mij opbelt en dat aan de andere kant van de lijn iemand mij vraagt hoe het met mij gaat. Ik denk dat ik er aan verslaafd ben. Meerdere keren per dag open ik die voor het nieuws in de wereld en rondom mij. Mijn Facebook pagina vraagt mij telkens wat ik aan het doen ben en ik interesseer mij over het wel en wee van mijn meer dan vijfhonderd Facebookvrienden . Misschien  zijn zij mij niet vergeten !





woensdag 3 juni 2026

Wereldwijd


Op Sinksn was ik te Lourdes tijdens de internationale  militaire bedevaart voor de vrede. Met zijn 17000 soldaten-bedevaarders  uit 40 landen leek Lourdes een belegerde stad uit 1940. Het waren echter geen krijgers maar zendelingen met een vredesmissie.  Met hun marsen, parades,fanfares en speciale uniformen leek het een  vredesfeest. Vooral de Pauselijke Zwitserse wacht was een fotogeniek curiosum. Meer dan ooit voelde men zich wereldwijd.

Helaas niet overal was het zo vredevol en had Paus Leo XIV  opgeroepen om op zaterdag 30 mei om 19u in de tuin van het Vatikaan wereldwijd de rozenkrans te bidden voor de vrede. Ook te Lourdes en op 19 andere  Mariaoorden in de wereld werd de rozenkrans gebeden.                               

Op TV kon je via KTO getuige zijn van circa tweeduizend gelovigen in de grote tuin van het Vatikaan die met de Paus samen de Rozenkrans baden voor de echtheidsgetrouwe kopie van de Lourdesgrot

 Dit internationaal gebedsmoment deed mij denken aan de vijf rozenkransen die dagelijks in de namiddag achtereenvolgens met honderden in het Engels, Frans , Spaans, Italiaans ,en soms in het Duits en Nederlands wordt gebeden voor de grot in Lourdes. Het is een “ must to be” in elk bedevaartprogramma.

De grot in de tuin van het Vatikaan heeft een merkwaardigheid. Je ziet er het oude altaar van de grot te  Lourdes. Het dateert uit 1908  en werd in 1958 naar de tuin van het Vatikaan gebracht. Zie de foto uit mijn collectie postkaarten.     Het altaar bevat een basreliëf met Maria in het midden, links Bernadette met een kaars in de hand en rechts de engel Gabriel en met een bronzen tabernakel.

Het eerste altaar in de Grot te Lourdes was een verplaatsbaar houten altaar dat bij grote feesten voor de Grot werd geplaatst. In 1874 schonk een Normandisch bisdom een nieuw altaar in eiken hout, met zilver bekleed en ook verplaatsbaar. Dit altaar staat te kijk in het Kerkschattenmuseum van het Heiligdom. 

Nu is de altaartafel in Lourdes een uit de rots gekapte blok en is het tabernakel overgebracht in de sacristie.

Mijn 5000 postkaarten uit Lourdes, wereldwijd verstuurd als groetjes uit Lourdes , gecatalogeerd volgens item en gecommentarieerd  vertellen je over het fenomeen Lourdes. Je kan een selectie vinden op mijn blog: 

 lourdesgroetjes.blogspot .com



 


 [gd1]

woensdag 27 mei 2026

Mijn grootvaders klok…

 

Als kleinkind heb ik dikwijls dit Nederlandse lied gehoord over “ De klok van mijn grootvader”. Die tikte maar altijd door en opeens was het gedaan.

Tijdens mijn 14daags verblijf in Lourdes is mijn klok ook blijven stil staan. Neen het was mijn Iphone met zijn digitale klok+. Vaders duivenklok diende regelmatig geladen te worden zoals mijn Gsm maar helaas mijn lader was stuk.

Ook een mens moet soms geladen worden met nieuw geestdrift, nieuwe ideeën, voedsel voor de ziel. Jaarlijks is mijn Lourdesbedevaart de “plek to be” om opgeladen te worden.

Het waren heerlijke dagen om het uur te vergeten maar ook pech om geen kiekjes te kunnen nemen van de militaire marsen , parades en taptoes. Sorry ook voor wie van mij een berichtje of een groetje uit Lourdes verwachtte.

Goed om weten: mijn harteklop, dank zij mijn pacemaker, blijft maar tikken. Thuis gekomen heb ik  trein, hotel en hospitaliteit gereserveerd voor mijn tweede jaarlijkse opknapbeurt in juli in aanwezigheid van de bedevaarders van het bisdom Brugge.

 

woensdag 6 mei 2026

UIT DE SCHADUW…


Heb jij ook in uw bibliotheek een boek dat je koestert als een schat ?        

 Bij mij is het mijn kleinste boek: “ Mensen in de schaduw” van Fred Germonprez .De auteur, geboren 1914 in De Panne, volgde de Grieks Latijnse humaniora in het Frans te Nieuwpoort en Moeskroen. Door ziekte moest hij zijn studies rechten onderbreken, doorliep als TBC- patiënt een lange therapie tot hij na een longoperatie in het St. Jans hospitaal te Brugge gered werd.

In zijn autobiografisch verhaal kruipt hij , van de zee afkomstig, in het vel  van een matroos Jan Robbers. Het verhaal gaat over dood en leven, hoop en wanhoop tijdens zijn verblijf in het St Janshospitaal , ietwat romantisch verwerkt .

Als journalist beschrijft hij in een zeer directe en concrete stijl[gd1]  de onderzoeken die hij moest ondergaan met de therapie, de veelvuldige spuiten penicilline en streptomycine, de pneumothorax en lobectomie van zijn zieke long. In die tijd was het gebruikelijk als voorbereiding daags voordien het sacrament der stervenden te bedienen.  Voor wie het heeft meegemaakt zeer herkenbaar.

Zijn verhaal gaat ook uitgebreid over zijn deelname aan een ziekenbedevaart naar Lourdes nog voor hij geopereerd werd. Hij was vergezeld van zijn dokter die jaarlijks de bedevaart begeleidt. Tijdens de operatie bid hij tot Onze Lieve Vrouw van Lourdes  “ Waar redding wordt gegeven in de meest hopeloze gevallen;”

In een tijd dat men de zeer vreselijke en besmettelijke tuberculose als ongeneeslijk beschouwde werden de patiënten in sanatoria afgezonderd als destijds de melaatsen  Zijn boek is een pleidooi om uit de schaduw te treden. Zo schrijft hij moraliserend:

“ Er zijn veel zieken die nooit geloven dat ze kunnen genezen De tijd van onze ziekte leven we in de wereld van een ziekenzaal. We leven als mensen in de schaduw, die uit de schaduw moeten treden en durven te getuigen voor de geneesbaarheid onzer ziekte”.

Dit boek heb ik gelezen en herlezen alsof het voor mij en over mij geschreven was.  Ik weet niet meer hoe ik dit boek aangeschaft of gekregen heb. Er is een kaartje bij: “ Het is mij een groot genoegen u het nieuwe boek van Gerd Germonprez te kunnen aanbieden. Het verschijnt in primeur in de Reynaert reeks “.                                                                                                              Was het als gewezen medepatiënt of als Lourdes brancardier ? In elk geval herinnert het mij aan mijn verblijf in het St Janshospitaal, drie maanden lang.  Ooit dacht ik geen 20 jaar te worden en ben er nu 94 en kerngezond. Misschien brengt het hoop voor de vele kankerpatiënten in deze tijd.

Mijn leven lang ben ik Maria dankbaar zo lang te leven na vele jaren mantelzorger te zijn geweest voor mijn zieke vrouw . Het is niet zomaar d at ik jaarlijks in mei naar Lourdes ga.







 [gd1]

woensdag 29 april 2026

TIJD TE KORT.

 Als je op pensioen zijt denk je dat je tijd zat zal hebben, Je zoekt een flexie-job, een vrijetijdsbesteding en in korte tijd heb je tijd tekort.

34 jaar geleden ben ik op pensioen, dan was ik nog tien jaar freelance mandataris  voor een kredietverzekering. Nadien was er zoals bij velen altijd tijd tekort voor mijn hobby’s , mijn tuin, en de Lourdesbedevaarten.

Als naar gewoonte in mei en juli trek ik voor twee weken naar Lourdes om dienst te doen tijdens de vieringen aan de grot: in de voormiddag  4 Eucharistievieringen en in de namiddag in vier talen  4 Rozenkransen. Devotie genoeg.

Bij deze denk ik aan het verhaal van Pierke.  Tijdens de les over de schepping van God en al zijn werken vroeg  de meester: “ God schiep de wereld in zeven dagen. Maar wat deed God de zevende dag ?”  Pierke peinsde dat hij zweette. “ Peins ne keer goed, zei de meester, “ Wat doet uw vader de zevende dag van de weke ? “. Pierke die zijn vader al  dikwijls ne keer had horen pruttelen dat hij zich door de pastoor had laten over klappen om in de kerk wat te helpen kreeg plots een gelukkige inval en riep triomfantelijk: “ Rondgaan met de schaal in de mis.”.

Wie wel “ met de schale” zullen moeten rondgaan zijn de leiders van onze prestatiemaatschappij op zoek naar vijf miljard en meer. Daarvoor ijveren zij voor nog meer jobs en werk met afschaffing van de Zondagsrust.   Intussen staakt het discountpersoneel als Aldi en soortgelijken tegen de afschaffing van een verplichte rust. Er is geen tijd meer voor hun gezin, de zorg, de Zondagsrust.  Wellicht had de Schepper gelijk met zijn zevende dag !

Wij hebben allemaal, rijk of arm, jong of oud een aantal jaren, dagen, uren, minuten tijd. Maar hoe verdelen wij die ? Deze tekst van Arnold Bernett uit zijn boek “ How to live 24 hours a day” dat dikwijls gebruikt wordt als motivatie bij time-management is het overwegen waard.

JULLIE TIJD

Jullie krijgen allemaal hetzelfde aantal uren en minuten tijd                                   afspraken, bezoekjes bij familie, vrienden en geburen feestjes, vergaderingen   zogezegde verplichtingen, relaties met representatieve figuren.

Jullie vragen allemaal hetzelfde  een aantal uren en minuten tijd                    geborgenheid, vriendschap, gelegenheid tot praten dialoog,                                                 gedachten wisseling, kontakten leggen met instanties                                                  zonder eigen huis te kunnen verlaten. 

Jullie geven allemaal hetzelfde aantal uren en minuten luistertijd                                          een verre neef, een vroegere vriend, een werkmakker,                                                   een invalide, zieken en gezonde mensen.                                                                Waarom er niet aan denken.  Bezorgde luistertijd vergeet Hij niet.

En toch zei mijn vader soms op zijn Gilw’s “Van werken ga je niet dood, ge moet deure doen ! “.




donderdag 9 april 2026

Huisje, tuintje, autootje…

Onlangs keek ik op Play4 naar “komen eten” omdat er niet veel beters was. Men zag er diverse beroemdheden als fotomodel Astrid Coppens , vastgoedexperte Béa Vanden Daele en andere vedettes kokerellen in hun keuken waarvan Donald zou zeggen “ Gemaakt alsof het voor mij zelf was”. Wat een weelderige woningen en interieurs met een meubilair om te gluren naar hun welzijn en levensstijl ! Dan denk ik aan mijn nederige stulp.

Mijn tuingenot

Mijn huis dat ik 1963 kocht heb ik, lijk veel Vlamingen, koterijen afgebroken en gerenoveerd die mij herinneren aan de gestadige opbouw van mijn interieur in mijn eerste huwelijksjaren. Alhoewel niet zo luxueus hou ik toch van mijn huisje dat nog steeds mijn geliefkoosd  habitat is                                                                                                                              In mijn veranda waar ik het meest geniet heb ik  een mooi uitzicht op de tuin:  Met wijlen  mijn vrouw had ik een fair contract. Wij deelden elk de helft: zij de siertuin , ik de moestuin. Drie tafels en zes stoelen in het gazon nodigen uit op gezelschap. Helaas, het is een wishful thinking, dan maar wroeten in mijn moestuin om gezond en mobiel te blijven..

Minder mobiel is het voor mijn automobieltje. Die moet straks naar de autokeuring en zijn roetfilter laat het weten, hij spuwt een stinkende rook uit. Zijn dieselmotor is niet tevreden omdat hij zo weinig de baan op kan. Begrijpelijk als je thuis gekluisterd bent. Toch heb ik in het verleden veel kilometers op mijn teller, niet met huidige KIA maar met mijn vijf vorige auto’s. Misschien zou ik in al die jaren in kilometers naar de maan geraakt zijn ?

Met mij mijn eerste  Fiat 600 was ik in de zevende hemel ! Toen hoef je geen rijbewijs en was er geen autoleerschool , ijn oudste broer was mijn rij-leraar. Ik weet nog dat mijn eerste rit niet naar de zee was maar naar de risicovolle Kemmelberg met achterin mijn zus en moeder als twee paniekerige supporters. Op weekends was het heerlijk rijden in mijn smal wagentje zo knus bijeen met mijn lief.

Als jonge vader kocht ikvoor het  vervoer van mijn kindjes een fel rode NSU. Als vertegenwoordiger bij de bank kon ik van een collega een firmawagen overnemen: een Volkswagen Golf ( alias een bolhoedje). Maar miserie, miserie verstrooid van glorie vergat ik te tanken. Ik viel zonder benzine en moest te voet op zoek in Deerlijk naar een pompstation.                                                                                                                          De volgende twee auto’s waren deftige  Peugeots. Niets van te zeggen maar toen was er geen GPS en moest ik de weg lezen uit een Stratenboek.

’Nu zijn het andere tijden. De auto’s zij elektrisch geworden en gesofistikeerd met digitale snufjes. Dankzij Donald Trump is mijn Kia-diesel vol tanken een duurdere aderlating van mijn rekening. Toch blijf ik houden van mijn huisje, tuintje en autootje. en van mijn kindjes… maar die zijn haast alle op p

vrijdag 27 maart 2026

Ghilw’s bloed.

 

Volgens FB zou Menen en Roeselare dit jaar tot de meest marginale steden van Vlaanderen verkozen zijn. Vandaag reageert daarop  de Menense Ingeborg Deleye die in Roeselare woont in De Standaard.                                        Geboren en getogen woonde ik onder de kerktoren te Geluwe naast de stad .    “ Mieende “ met veel rood bloed. Tegen zijn goesting werd ons dorp gefusioneerd met Wervik met zijn blauw bloed en zijn speciaal accent.

Gevangen tussen die twee was daar ons geliefd “Gapersdorp”.

Zongen wij niet “ Wij zijn geboren Geluwnaren van taal en gemoed” het lied van toondichter Remi Ghesqiere dat wij op school leerden ? 

 En Guido Gezelle dichtte:                                                                           

 Heeft Gheluwe n’en  plompen  toprre                                                                      Al ware heel Vlaanderen een ei,
Gheluwe ware toch de dorre (dooier)
! "

Kris Louage maakte het hilarisch lied “ Ghilwe is de metropol, de schoonste stad van ol “ als een  ironie op de fusiestad Wervik. Luister maar.

https://youtu.be/bDwYhSmoou8?si=xu4I3b7-EyDrwbDG

Op zoek in mijn stamboom sedert wanneer mijn “ Geluwse roots “ begon vond ik dat mijn grootmoeder Sylvie Malfait , geboren was  te Geluwe in 1851. Sedert het bestaan van Belgiê   tot  nu woont het gros van mijn familie er nog. Ik zak ik er graag af en toe daarheen bij mijn neefjes en nichtjes.

Gedurende dertig jaar in mijn jeugd ben ik er op gegroeid en heb ik het sociaal leven gedeeld; Er was de school onder het strenge gezag van de Vervaecke’s ;Oswald en Hugo. Als broekventje was ik jarenlang misdienaar bij pastoor Sacrez en onderpastoor Patfoort, bij wie ik mijn eerste latijn leerde: “ Confiteor Dei omnipotenti ” . Er was de Chiro en de KSA . Als 12 jarige fietsten wij in groep dagelijks via d’ hoerekotjes in Menen-dorp en de driekoningen straat naar het college om er christelijk en wijs opgevoed te worden                                         Met Jozef Durnez als voorzitter van de Middenstand was ik secretaris. Ten gerieve van de plaatselijke middenstanders gaf ik het gele reclameblaadje “ t Gaperke” uit. Na mijn huwelijk opende ik de fabriekswinkel   “Flandrex” in de Ieperstraat naast “ Bruunten’s winkel, een klasgenoot van mij.

 Met Antoon Deltrour, Oswald Vervaecke, meester Jan Verbeke, Henri Depoorter, Antoon Lernout was ik het jongste  bestuurslid van het Davidsfonds. Als fiere Vlamingen protesteerden wij tegen de talentelling, met de marsen op Brussel, School en Gezin en voor de vervlaamsing van de Expo’58, waar ik tewerk gesteld was.

Daar waren ook nog mijn vrienden van “ De Platze”, mijn straat: de Ghequieres Stefaan en Tarci in wiens groten hof wij konden spelen en een appeltje plukken, de  Moerman 's Antoon en Jacques als goeie voetballers en de snelle meisjes van Kamiel Lernout naar wie wij heimelijk lonkten met Ward als kunstschilder en dichter. Er waren de  Vanneste’s met mijn leeftijdsgenoot Werner en zijn broer door een  vreselijke bominslag verongelukt en Werner door een bom levenslang blind geslagen, die een vermaard muzikant en orgelspecialist geworden is.

Al deze mensen en verenigingen hebben mij een Ghilwenaere in hart en nieren gemaakt. Wellicht was ons dorp toen al een buffer tegen het marginale Menen.

Na meer dan zestig jaar, Roeselarenaar geworden, voel ik mij nog steeds Gilwenaere van taal en gemoed. Soms gebeurt het dat ik in mijn slaap droom over mijn Gilwse heinneringen maar wakker word als een nuchtere Roeselaarse nieuwmarkter.

 

 

 

dinsdag 17 maart 2026

Hoera ik ben op pensioen !

Er is veel te doen over de loopbaan voor de berekening van het pensioen.

Toen ik jong was had ik een andere weet over een loopbaan. Als twaalf-dertien jarige hadden wij achter ons huis een straatje, het Doelke genoemd ,waar wij met burenvriendjes loopkoers hielden. Wij namen een traject van ongeveer 800 meter en liepen enkele rondjes tot de eindspurt. In mijn jeugdige overmoed dacht ik ooit een marathonloper te worden. Maar niets van, ik heb de sportievelingen laten lopen.

Hoera al 34 jaar behaalde ik de finish van mijn beroepsloopbaan en ben ik op pensioen ! Aan de start  begon ik vijf jaar te laat en stopte aan de finish vijf jaar te vroeg. Helaas het kostte mij 5% van mijn pensioen terwijl ik mijn vijf rondjes van niet gewerkte jaren wegens studie en ziekte moest bij betalen. Maar toch ben ik nu een vele jaren betaalde en tevreden marathon loper. Dank u vadertje staat.

Anders was het bij mijn ouders. Zij waren eerder dan dat de pensioenwet bestond gans hun leven zelfstandigen. Mijn moeder had voor  de zorg in het huishouden en het kweken van zeven kinderen een bij-job als winkelierster.  Op 67 jaar genoot mijn vader  twee jaren pensioen van 1500 fr. per maand !                                                                 Geëmotioneerd door de ervaring van huis uit over het zelfstandigen pensioen en mijn stage in het C.O.O, de middenstand en de kas voor kinderbijslag handelde mijn proefschrift als maatschappelijk assistent in 1957 n.a.v. de nieuwe pensioenwet in 1956  over de toestand van de zelfstandige ouderlingen in casu te Menen

Over de eindeloopbaan voor de berekening van het pensioen is heel wat heibel en discussie. Pensioen hervormingen bestaan dus nog en niet zonder slag of stoot zoals de “ pensioen malus “. Terecht las ik dit weekend in De Standaard daarover een column “In het gezin heb je geen job.”  

Zorg voor je gezin is geen baan, geen economisch contract. Het is een vrijwillige bekommernis in liefde voor elkaar en je gezin.                                                                  Destijds hing thuis in onze keuken een koperen plaat met de spreuk die ik nog ken omdat ik als achtjarige die spreuk moest leren lezen ; “ Daar alleen kan liefde wonen, daar alleen is het leven zoet waar men alles voor elkander doet !”  Zo leerden wij dat ieder zijn taak had in het gezin, ook de moeder aan de haard.

Mijn moeder en ook mijn vrouw zijn nooit ingeschakeld geweest in de arbeidsmarkt omdat zij kozen voor een vrijwillige zorg in hun gezin. In de vijftiger  jaren genoot ons moeder als thuis werkende de premie “ Moeder aan de haard “. Op aandringen van feministen werd die afgeschaft omdat men, volgens hen, vrouwen gevangen hield uit de arbeidsmarkt in een traditionele rol als huismoeder. Nu wil men dat die rol mee telt als een must voor hun pensioen.                                                        Misschien was de premie “Moeder aan de haard” toch geen slecht idee.

Champagne…

  Als deze heerlijke bubbels uitgespoten worden is er iets te vieren. Is het Wout Van Aaart of Remco op de eretribune van de ronde van Frank...