Tante Bertha was de dochter van mijn vaders broer Jules Dierynck, dus een nicht en geen tante. Maar waarom noemden wij haar “tante “ ? Bertha was in haar thuis, op één na, de jongste dochter met zes broers of zussen. Vader hield als gewezen metser een druk beklante café “ Den Anker” Het was de thuisbasis van de brandweer en het lokaal van de rokersclub. Het was er druk , te druk voor onze Bertha die eerder stil en schuchter was. Zij aardde niet in haar eigen thuis en mijn vader vond het geen probleem om haar bij hem op te nemen.
Zij was een welgekomen hulp in een huis van commerce met zeven jonge pubers.. Zij noemde hem nonkel en wij haar tante. Eigenlijk fungeerde zij als onze grote zus. Nu zou men zeggen een “ plus zus”, te begrijpen als méér dan een zus. Rijke mensen zouden zeggen: een gouvernante. Timide is zij steeds gebleven, weg van geweld en ongehuwd. Als de kinderzorg bij ons uit huis was ging zij werken als grensarbeidster in een weverij in Frankrijk. Maar ook dat was niet voor haar tot zij in dienst ging als huishoudster van priester Jacques Nolf, directeur van het Benedictijner klooster te Menen. Dat was wel haar gading en bleef er tot zijn overlijden. Ieder weekend kwam zij naar ons huis.
In die tijd ging ze twee maal naar Lourdes, bezocht ze haar zus Rachelle in Poitiers . Die had19 kinderen en pachtte in Poitiers een boerderij Ook met haar echte neven de Laflěres, Soetes en Dieryncks van de Moerput hield zij innig familie.
Tien jaar lang hadden wij een bos in Wachtebeke met stacaravan. Ook tante had een eenpersoonscaravan naast de onze . Zij was gelukkig om regelmatig met ons mee op weekendverblijf te zijn.Later verbleef zij in het woonzorgcentrum op het Dorp te Menen
Tante is steeds als een eigen gezinslid gebleven in blijde en droeve tijden .Met mijn jongere zus en oudere broer waarvoor ze als bezorgde grote zus gediend had was zij de suikertante voor haar “ keppe kinderen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten