vrijdag 27 maart 2026

Ghilw’s bloed.

 

Volgens FB zou Menen en Roeselare dit jaar tot de meest marginale steden van Vlaanderen verkozen zijn. Vandaag reageert daarop  de Menense Ingeborg Deleye die in Roeselare woont in De Standaard.                                        Geboren en getogen woonde ik onder de kerktoren te Geluwe naast de stad .    “ Mieende “ met veel rood bloed. Tegen zijn goesting werd ons dorp gefusioneerd met Wervik met zijn blauw bloed en zijn speciaal accent.

Gevangen tussen die twee was daar ons geliefd “Gapersdorp”.

Zongen wij niet “ Wij zijn geboren Geluwnaren van taal en gemoed” het lied van toondichter Remi Ghesqiere dat wij op school leerden ? 

 En Guido Gezelle dichtte:                                                                           

 Heeft Gheluwe n’en  plompen  toprre                                                                      Al ware heel Vlaanderen een ei,
Gheluwe ware toch de dorre (dooier)
! "

Kris Louage maakte het hilarisch lied “ Ghilwe is de metropol, de schoonste stad van ol “ als een  ironie op de fusiestad Wervik. Luister maar.

https://youtu.be/bDwYhSmoou8?si=xu4I3b7-EyDrwbDG

Op zoek in mijn stamboom sedert wanneer mijn “ Geluwse roots “ begon vond ik dat mijn grootmoeder Sylvie Malfait , geboren was  te Geluwe in 1851. Sedert het bestaan van Belgiê   tot  nu woont het gros van mijn familie er nog. Ik zak ik er graag af en toe daarheen bij mijn neefjes en nichtjes.

Gedurende dertig jaar in mijn jeugd ben ik er op gegroeid en heb ik het sociaal leven gedeeld; Er was de school onder het strenge gezag van de Vervaecke’s ;Oswald en Hugo. Als broekventje was ik jarenlang misdienaar bij pastoor Sacrez en onderpastoor Patfoort, bij wie ik mijn eerste latijn leerde: “ Confiteor Dei omnipotenti ” . Er was de Chiro en de KSA . Als 12 jarige fietsten wij in groep dagelijks via d’ hoerekotjes in Menen-dorp en de driekoningen straat naar het college om er christelijk en wijs opgevoed te worden                                         Met Jozef Durnez als voorzitter van de Middenstand was ik secretaris. Ten gerieve van de plaatselijke middenstanders gaf ik het gele reclameblaadje “ t Gaperke” uit. Na mijn huwelijk opende ik de fabriekswinkel   “Flandrex” in de Ieperstraat naast “ Bruunten’s winkel, een klasgenoot van mij.

 Met Antoon Deltrour, Oswald Vervaecke, meester Jan Verbeke, Henri Depoorter, Antoon Lernout was ik het jongste  bestuurslid van het Davidsfonds. Als fiere Vlamingen protesteerden wij tegen de talentelling, met de marsen op Brussel, School en Gezin en voor de vervlaamsing van de Expo’58, waar ik tewerk gesteld was.

Daar waren ook nog mijn vrienden van “ De Platze”, mijn straat: de Ghequieres Stefaan en Tarci in wiens groten hof wij konden spelen en een appeltje plukken, de  Moerman 's Antoon en Jacques als goeie voetballers en de snelle meisjes van Kamiel Lernout naar wie wij heimelijk lonkten met Ward als kunstschilder en dichter. Er waren de  Vanneste’s met mijn leeftijdsgenoot Werner en zijn broer door een  vreselijke bominslag verongelukt en Werner door een bom levenslang blind geslagen, die een vermaard muzikant en orgelspecialist geworden is.

Al deze mensen en verenigingen hebben mij een Ghilwenaere in hart en nieren gemaakt. Wellicht was ons dorp toen al een buffer tegen het marginale Menen.

Na meer dan zestig jaar, Roeselarenaar geworden, voel ik mij nog steeds Gilwenaere van taal en gemoed. Soms gebeurt het dat ik in mijn slaap droom over mijn Gilwse heinneringen maar wakker word als een nuchtere Roeselaarse nieuwmarkter.

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Huisje, tuintje, autootje…

Onlangs keek ik op Play4 naar “komen eten” omdat er niet veel beters was. Men zag er diverse beroemdheden als fotomodel Astrid Coppens , vas...