Zij
zijn voorbij de 14 mooie Lourdesdagen. Met een laatste doorgang in de grot en
een bezoek aan de kaarsenkapel waar tussen de honderden mijn kaars brandt en voor wie thuis gebleven is en een gebed
vroegen.
,
In café Royal heb ik nog een afscheidsdrink met een sinds
meer dan 40 jaar gekende Luxemburgse bedevaartdirecteur, nog van in de Belgische Hospitaliteit en bij de Benelux
bedevaarten. , Tijdens
het laatste avondmaal in het hotel trakteer ik een paar Italiaanse collega’s
met de rest van mijn fles wijn onder het mom “ ce la fiesta Nationala Belgica “
Al was mijn feestvreugde op zijn Bart Dewevers.
s Anderendaags om 7u vertrekt mijn trein. Zoals steeds is
mijn solozetel gereserveerd. Het is als in mijn parochiekerk .Ik kies steeds
dezelfde plaats , liefst op de buitenkant van de rij. Het is alsof die stoel
mijn stoel is .
Aangekomen in Bordeaux voor een tussenstop ga ik steeds naar hetzelfde restaurant aan
het station om er telkens een portie “ moules frites” te verorberen. Als ik al
die vakantiegangers zie, herinner ik mij dat wij dertig jaar lang op dezelfde
plaats bij dezelfde gastvrouw in het Odenwald in “ Urlaub” zijn geweest.
Als ik aan introspectie doe lijk het mij dat ik bij wijlen onhandig
of onkennig ben. Dat heb je ook bij kleine kinderen die zich vastklampen aan
hun moeder voor iets of iemand die hen onbekend is. Of is het een tikkeltje
autisme wel ben Ik ben een aanhouder. Zo blijft mijn eerste huis voor altijd mijn thuis en is mijn eerste lief mijn enige
lief.
Wanneer mijn collega’s-hospitaliers die 20 jaar jonger zijn
mij in bewondering vragen waar ik die energie
haal, zeg ik hen dat het een cadeau is van Maria hier boven. Eigenlijk is mijn
verblijf in Lourdes tussen de duizenden bedevaarders en drukke agenda een uitlaatklep om tussen de mensen te
herleven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten