-Op 11 november vieren wij St.-Maarten van Tours. Als kleermakerszoon weet ik dat hij de patroon is van de kleermakers. Is het omdat hij zijn soldatenmantel aan stukken scheurde om die arme kindjes warmte te bezorgen en wordt hij gevierd als een goed heilige man voor de kinderen.
Als jonge snaken trokken wij
op de vooravond van deur tot deur met
een uitgeholde biet en een kaars erin om wat snoepgoed of kleingeld te bedelen
en zongen wij van “Sinte Maarten met zijn bloten arm” .. In sommige streken
vervangt hij de goedheilige Sinterklaas en heeft hij zijn handen vol om
speelgoed en lekkere “ Mans te peerde” te brengen.
Maar 11 november is ook de dag van de wapen stilstand en herdenken de
oudstrijders hun maten die minder geluk
hadden in den groten oorlog.
Zo ook is het een herinnering aan mijn oom
soldaat Achiel Vandamme . Voor ons was hij een onbekende soldaat tot wij meer dan
150 soldatenbrieven vonden die hij aan zijn zus, mijn moeder zodat wij zijn
leven als soldaat weer tot leven konden voorstellen.
Geboren
op 18 september 1898 te Geluwe overleed hij als soldaat, op 13 februari 1919 in het
militair hospitaal van Antwerpen ten gevolge van typhus door ontbering in de loopgrachten
oorlog.
Naast
zoveel slachtoffers van de oorlog staat ook zijn naam gebeiteld op het monument
te Geluwe en ligt hij begraven op het militair kerkhof Schoonselhof in Antwerpen.
Hij trad in dienst op 1 juli 1917 in het opleidingskamp in Honfleur. Op 6
juli schrijft hij: “ Beminde zuster, ik moet ook zeggen dart we ons witte
brood eerst gegeten hebben. Gij moogt gerrust geloven de die hier zijn
zonder geld zijn niet gelukkig zijn..
Wij loeten vele marsen doen. Wij hebben al onze kleederen en wapens en morgen
moeten wij om 9 uren een bad pakken in de zee. Wij moeten smorgens op om 5 uren
en ‘savonds om 9 uren…Om 6 smorgens hebben we onze kaffie, smiddags eenweing
aardappelen met een weinig vleesch en savonds een weinig ris. “
Van
januari 1918 volgde hij de frontlinie van Calais tot Gent. Een maand voor de
wapenstilstand schreef hij nog: " Nu, wij zitten wederom in de slag en
de piotten gaan weer dapper vooruit. Ze zitten nu al tien kilometer over
Roeselare. .In 14 dagen zal ons arme België liber zijn.”
En op 4 december 1918 schreef hij van uit Gent: " Nu alice, wij vertrekken bij eenige
dagen naar Duitschland. Dat zal iets
zijn als wij daar zullen toekomen maar ik geloof niet dat den oorlog gedaan is
want er zit noch iets onder dat ze niet kenbaar maken. Nu dat is wat dat wilt,
België is liber.”
: Op zijn bidprentje leest men:
“ En vreugdig zag hij den
zegepraal van ’t Vaderland en op ’t oogenblik dat hij de zoete hoop mocht
koesteren weldra zijn geboortegrond en de geliefden zijns herten weder te zien
velde hem de ziekte te neder. “
Geen opmerkingen:
Een reactie posten