Wandelend
in de winkelstraat zag ik aan het venster van een jeansboetiek de
aanbieding “ Derde broek
gratis”. Ik dacht: “
Waarom moet je nu drie broeken kopen ? Slijten die zo vlug en zijn zij een
product van onze wegwerpmaatschappij ” ?
Automatisch legde ik de
link naar de broeken van mijn vader. Mijn vader was kleermaker en in het dorp
bekend voor zijn super sterke broeken; broeken en vesten die een heel leven lang meegaan. Ze
waren op maat gemaakt om zonder kleerscheuren zwaar labeurwerk te doen, voor
noeste werkmensen van te lande zoals de boeren van Stijn Streuvels waren. Hij
had er stof voor en prees het aan als “echt Engels leder, zei hij, dat gaat
nooit kapot van uw lijf”.
’t Is maar om te zeggen: de “ marchandise” van mijn vader, dat was
kwaliteit, dat was duurzaamheid.
Wat heb je nu aan die dunne flodderbroekjes
uit Jeans die niet kunnen gewassen worden zonder dat ze tot op je kuiten
krimpen, of die gemaakt zijn om gerafeld of gescheurd te zijn !
In tegenstelling met
die jonge jeansbroekengeneratie in onze wegwerpmaatschappij hechten wij
bij het ouder worden meer en meer waarde aan duurzaamheid. Is het
omdat wij zelf nog lang willen meegaan ? Is het omdat wij in onze moeilijke
financiële tijden geleerd hebben onze spaarcenten duurzaam te beleggen
Die levenslange broeken
van mijn vader zijn een symbool van een verloren confrontatie met de
wegwerpcultuur door de maatkleermaker, de schoenlapper, de messenslijper, de
techniekers allerhande.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten