Terwijl wij in Roeselare op zondag amper een priester vinden om de mis
te doen waren zij in dit kleine kerkje met twee. Er was een pastoor op rust ,
boven de tachtig. Hij had nog gediend als aalmoezenier in de kazerne te
Roeselare en kende zo een beetje Nederlands. Hij was ook deken geweest te
Beauraing. Hij werd bijgestaan door een nog jonge joviale Congolees.
Vóór de mis komt de Congolees iedereen met een handdruk welkom heten.
Wellicht is deze Congolees over gewaaid om ons, westerse droogstoppels, te
bekeren tot een hartelijke kerk Ik zeg hem : “ que nous sommes des
flamands” . En waarlijk in zijn voorwoord zegt hij fier als een pauw dat er
in zijn kerkje mensen zijn, zelfs uit het noorden van het land.
Er waren een 50tal kerkgangers
waaronder een koortje van 10 zangers of zangsters die met hun mooie Franse
gezangen de mis opluisteren om je te Lourdes of Taizé te wanen.
Na de mis bleven de plaatselijke parochianen voor de kerk nog ruim
napraten. Maar wees gerust. Hier in Roeselare wordt het ook hartelijker.
Eenmaal in de maand , na de zegen, worden wij uitgenodigd op een glaasje om met
mekaar kennis te maken of te begroeten.
Men zegt soms “ l’histoire se repète “ .Onze ouders destijds
bleven na de mis wel eens napraten in het dorpscafé nabij de kerk. Wellicht is
dit een voorzichtige poging om een oude gewoonte weer in te brengen.
De volgende zondag was
het drukker. Het was “Eerste communie” voor één jongen. Hij stond gans de mis
vooraan naast de priester aan het altaar en las er de eerste lezing en de
voorbeden. Vooraan in het kerkje zat de familie; zijn ouders, beide grootouders,
nonkels en tantes en neefjes en nichtjes. Je zag dat de familie zo wat van “de
high-live” uit de streek was, zo van die overgebleven kasteelheren die nog een
klein kasteeltje met een park in gebruik hadden als vakantiehuis.
Je hoeft niet altijd in een grote
goed bezette kerk te zijn om er van de hartelijkheid te geniet
Geen opmerkingen:
Een reactie posten