Met vroege kindersterfte maakte ik voor het eerst kennis met
de begrafenis van een klasgenootje in de
kleuterklas. Een ervaring die mij bijgebleven is.
Ook als kleuter in 1935 overleed mijn drie jaar jongere
zusje Marie Cecile en in 1921 verloren mijn ouders hun oudste dochtertje Elza,
beiden geen één jaar oud. Zoals gebruikelijk werden de kindjes vooraleer te
begraven naar de kerk gebracht niet voor een rouwdienst maar voor een
“Engelenmis”.
In 1941 was er de Roobaert moord waarbij mijn één jaar
jongere nichtje Yvonne in de brand vreselijk omkwam. Het heeft mij zeer
geraakt.
Later, amper 20 jaar oud maakte ik het sterven mee van mijn
oudste broer zijn dochtertje, vijf maanden oud. Op het gedachtenis prentje las
men: “ Ons kindje ligt zo stil, zo stil- Och vader, moeder t’ is Gods wil”
Een borelingske of baby of jong kind verliezen is
vreselijk. Maar wat is dat nog als men verder in zijn familiegeschiedenis ziet
hoe vaders en moeders veelvuldig kinderen te wereld brachten en vroegtijdig
moesten afgeven ten gevolge van ontbrekende medische zorgen en ontbering.
Ten tijde van mijn verste voorvaders, in 1600 tot 1800
overleden 30% van de kinderen
vóór hun eerste verjaardag en ruim 43% haalde de vijfde
verjaardag niet. Amper enkelen overleefden hun veertigste en een 70 jarige
was een unicum.
In mijn stamboom ben
ik opgeklommen tot mijn verste voorouder Joseph Dieryck geboren in 1678,
overleden in 1734 en gehuwd met Vanspannen of Despaigne Petronella (1685-1726).
Tot voor de jaren 1800 werd de familienaam Dierynck als Dieryck geschreven.
Zijn zoon, eveneens Joseph, geb. in Wijtschate op 12 juli
1718 huwde op 10 oktober 1737 te Hollebeke met Marie Petronella Alleman
(1715-1764). In mei 1764 hetzelfde jaar van haar overlijden huwde hij te
Langemark met Johanna Genoveva Aldeweerelt (1728-1801) In zijn eerste huwelijk
had hij 9 kinderen en vijf in zijn tweede huwelijk. Slechts 4
van zijn 14 kinderen uit twee huwelijken werden ouder dan 40 jaar nl resp.
44-58-63-74 jaar.
In zijn tweede huwelijk had
hij een zoon Ludovicus Innocentius Dierynck die genoemd werd naar hun overleden
Ludovicus in zijn eerste huwelijk. Heel dikwijls werd ter nagedachtenis aan een
overleden kindje het volgende identiek genoemd. Ludcovicus, geboren te Langemark op 24 juli
1770, huwde op 1 december 1799 te
Zonnebeke met Maria Joanna Delthour . Daarvan werden van 10 kinderen slechts drie
ouder dan 40 jaar. Zijn
oudste zoon Charles 75 jaar. had op zijn beurt 12 kinderen. Twee kinderen werd
dood geboren, twee stierven één jaar oud, 4 werden resp. 62,62, 77 , 78 jaar.
Uit het gezin Charles
Dieynck stamde mijn grootvader Bruno (62j.) die ook 12 kinderen had, vier zijn
vroeg gestorven. Mijn vader was de jongste en vele nonkels heb ik nooit gekend. In ons gezin waren er negen kinderen waarvan twee vroeg
gestorven.
In mijn moeders tijd zong men “Zou men armoe lijden om een mondje meer ?”. Honderden jaren eerder dacht men misschien: “ Zou men rijker worden om een mondje minder ? ” .