Tegenwoordig hebben de meeste studenten een of andere vakantiejob waarbij ze een goeie stuiver verdienen om hun studies te betalen of om hun spaarvarken vet te mesten..
Wij, jongeren van binst of kort na de oorlog, kenden geen
vakantiejob. Toch was er in onze
landelijke omgeving gelegenheid genoeg om
onze vrije tijd nuttig in te vullen als een bezigheidstherapie.
Als de aardappelen op het veld gerooid werden was het tijd
om de aardappelen die door de machine niet
geoogst waren handmatig op te rapen. Onze
aardappelvoorraad groeide en moeder kon vele keren “verse patatjes” koken gratis
van de boer. Evenzeer
als de tarwe geoogst werd waren wij er bij om de korenaren te verzamelen die de
pikdorser had laten liggen. In de taal van Streuvels en Gezelle noemden wij dat
“Zanten” nl. vergaren. Wij vergaarden de
korenaren als voer voor de dieren of na verwerking voor voedzaam volkorenbrood
op tafel.
In deze tabakstreek trokken wij in juli - augustus met onze
picknick voor een ganse dag naar het tabaksveld van mijn grootvader in ”De
Roobaert” of bij boer Vanhaverbeke. dichterbij om tabak te naaien. Als de boer
of zijn knechten de tabak geplukt hadden zaten wij in het stoppelveld op een
strozak om de tabaksbladen op een lange
naald te rijgen en deze door te schuiven op een koord; “een ranke” . Dit bracht
ons ongeveer 1fr. de ranke op. Mijn oudste zus was daar rap in en kon meer dan
100 ranken naaien in een dag.
Bij het eind van de werkperiode trakteerde de boerin dan gewoonlijk met “
Koekenbrood en Cacao”.
Maar wij plukten ook de vruchten van de oorlog. In de frontstreek
rond Ieper gaf de grond na meer dan vijftig jaar na de wereldoorlog zijn prijs vrij. In de vers geploegde velden
zochten wij naar ijzerstukken van de vele bommen en granaten die massaal in
de grond zaten. Het werd als oud-ijzer
verkocht en bracht een goeie cent op
voor ons spaarvarken.
Langs de Franse grensstreek kon men in de herfstperiode een zeer lucratieve
bezigheid hebben. Het was de tijd om op het bietenveld de onderste rot geworden
bietenblaadjes te plukken.. Deze werden per kilo verkocht aan de tabakkervers
om ze voor de smokkelaars te mengen tussen de tabak. Om enkele kilo’s bijeen te
scharrelen moest je er heel wat voor doen. Maar je moest wel oppassen voor de commiezen want die lagen op
de loer om de geheime tabakkervers te weten te komen.
De opbrengst van al dat bijklussen in onze vrije tijd was
niet alleen voor ons persoonlijk. De opbrengst
in natura werd afgegeven aan moeder voor
het huishouden het geld was voor de spaarpot. Zo leerden wij werken voor de
gemeenschap en niet altijd voor eigen welzijn.
Het spaarvarken gadget van mijn vroegere werkgever-bankier vetgemest door bijklussen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten