dinsdag 30 december 2025

HET HIERNAMAALS...

 Op een nieuwjaarskaartje las ik “ wensen voor kleine geluksmomenten en grote dromen in 2020 ! “ Alhoewel… grote dromen op  mijn leeftijd ?

Toch had ik een waanzinnige droom. Ik droomde ik dat ik dood was. Ik lag in de St.Jozefskerk  in een schone witte lijkkist. Het was alsof ik in een open kist lag want ik zag tijdens de offerande al mijn vrienden en kennissen en mijn kinderen in grote rouw passeren. Maar tot mijn verbazing zag ik nergens mijn bankdirecteur voorbijkomen.

Na den dienst van ten elven vloog ik recht naar den hemel, in de loge van de goede huisvaders op een roden pluchen zetel. En wat zag ik daar onder mij ? Mijn ogen konden het niet geloven. Heel diep onder mij kwam mijn directeur aangereden in zijn Mercedes , puffend en rook spuwend.

Met een korte rem stopte hij aan d’ hemelpoorte en trok hij aan de grote bel.  Sint Pieter deed open en vroeg met wie hij te doen had. “ Met de directeur van de bank “ antwoordde hij preuts lijk 50 en gaf zijn naamkaartje af  En subiet repliceerde St Pieter : “ Ja maar neen hé, Dat gaat zomaar niet directeurs laten wij hier zo maar niet binnen. wij hebben er hier al genoeg en dan nog . Ge weet gij toch dat de leuze van onze baas is “laat de kleinen tot mij komen”. Ge kunt gij hier niet binnen. Ge moet gij eerst een verdiep lager. Ge moet naar t’ Vagevier.

Lijk dat  mijn directeur een aanhouder is en niet bij de pakken blijft zitten probeerde hij nog een keer. “ Maar, Sint Pieter, zei hij, mag ik Sinterklaas ne keer spreken ,Hij is toch de patroonheilige van de bankiers en ik sta goed aangeschreven in zijn boek “. Dat schoot in Sint Pieter in zijn keelgat; “ Wablief, zijt ge niet beschaamd ? Gij hebt in heel uw leven die heilige man voor den zot gehouden. Vooruit, ga gij maar verder naar ‘t vagevuur.

Met een lang gat draaide mijn directeur zich om  en daalde af langs een brede macadam den dieperik in. Hij kwam aan een kruispunt met een wegwijzer “vagevierstraete”. In die straat moest hij zijn ogen uitkijken: het ene groot etablissement na het andere. ’ t Waren strafkolonies voor wie zich vergrepen had aan een van de zeven hoofdzonden. Hij kende die nog van de tijd dat hij catechese kreeg in het lager. Het waren  de gierigaards, de gulzigaards, de leegaards en diegene met een dikke nek.

Dan kwam hij voorbij een etablissement met een groot opschrift “ In de Vuilewas”. Het was de strafkolonie voor de onkuisschaards. Ze stonden aan een grote wastobbe de was te koken. De mannen, zwart lijk koolmijnwerkers, moesten het vuur stoken en de schone meisjes van plezier moesten de lakens en pampers van de kleine engeltjes uitwringen. Curieus lijk dat hij was loerde hij of hij mogelijks bekenden zag  en gaf een diepe zucht van verlichting als hij geen van zijn personeel zag.

Verder weg, zag hij daar twee zwaailichten voor hem in het donker. Het waren twee zwaantjes in een lederen kostuum. Zij stopten. “ Mijnheere, heb je gij permissie om geen gordel te dragen ? Uw pasport,” klonk het kort “ “ Ik heb geen pasport, meneer zwaantje, Ge weet gij toch dat mijn pasport in het stadhuis ligt om mijn dood aan te geven.

”De zwaantjes of lijk dat ze er voor uitzagen betrouwden het spel niet. Ze dachten, een directeur, die komt zeker van een receptie of een andere orgie. Bij  wijze van alcoholtest snoof er een aan zijn adem. Ze roken niets maar de chef haalde zijn boekske boven en controleerde zijn overtredingen van de laatste tien jaren wegens een te grote voet . Toen hij deze waslijst van PV’s zag schoot hij in een Franse colère “ Vent, riep hij, pak maar rap de eerste beste straat. Ge gaat daar een wegwijzer zien met erop; Hellestraete. ‘ t Is daar dat ge moet zijn.”

De sukkelaar, zonder nog een kik te geven reed rechtdoor, de Hellestraete in, altijd berg neer, de dieperik in  Aan een grote poort met opschrift “Huize Belzebub” stopte hij. Hij klopte voorzichtig op de deur en zag daar een grote zwarten duivel afgesloft in een vuur roden frak en een kepie op zijn kop. “ Wie zijt gij en voor wat is het ? “ klonk het. Hij vertelt geheel zijn geval en wat hij binst zijn leven gedaan had juist lijk dat hij zijn biechte sprak voor dat hij wou trouwen.

” t Is al goed, zei den duivel, t ‘is hier dat ge moet zijn, “ ja maar zei mijn directeur  die gewend was om bij zijn onderdanen te vragen naar werkplanning, rapporten en evaluaties “ wat is hier de dagorde ? Wat doet men hier heel den dag ? ” . Zegt de duivel  “ s Morgens om vijf uur opstaan. Ge smeert u in met terre, ge steekt u aan met een lucifer en ge brandt tot den achten ‘s avonds. Op die manier kan je blijvend vuur stoken voor de koks die voor de bewoners in den hemel de rijstpap gereed maken. ‘ En ‘s nachts ga je in die vijver daar liggen om te recupereren en te verfrissen en ‘ s anderendaags is het weer van hetzelfde”

Toen hij hoorde dat er daar koks waren probeerde hij nog eens . “ Kan ik mij niet beter ten nutte maken als kok met mijn expertise van mijn kooklessen die ik gevolgd heb. Ik zou voor de aartsengelen en gewezen kardinalen een hele menu “ à la haute cuisine” kunnen gereedmaken. “ Tut tut, zei de duivel, hier begin je van kleins af als stoker”.

Mijn directeur keek nog eens rond en zag daar door een venster een bende bekenden aan den toog. Ze zaten te kaarten, de gazet te lezen en dronken grote pinten: brigands en duvels. “ jamaar ,zei hij, wat doen die daar ? - “ herken je die niet, zei den duvel, dat zijn er die in hun leven meer afgezien hebben  van te werken dan gij en daarvoor op tijd wat speeltijd krijgen.”  Dan haalde mijn directeur zijn laatste troef naar boven. “ Maar meneer~:Belzebub, haal  een keer mijn vader in den hemel, zo ne goeien christen mens dat hij was ,misschien kan hij iets doen voor mij ? “ Maar jongen, antwoordde de duivel. Uw vader is niet in de hemel. Hij is zelfs niet dood en ligt thuis nog in zijn bed.”

De satan schoot in zo een luide spottende lach dat ik er van wakker werd. Het was een enorme opluchting dat het maar een droom wa s    Nu wist ik het zeker:  “Dromen zijn bedrog.”  Gelukkig Nieuwjaar met veel kleine gelukmomentjes”.



 

dinsdag 23 december 2025

Zalig kerstfeest



Voor dat ik het besef zijn we Kerstdag. In de straten brandt de kerstverlichting “ à volonté “ en draait de kerstmarkt op volle toeren. De temperatuur zakt naar beneden en de wind is stil gevallen.  Het zal dit jaar weer niet sneeuwen. Ik mis de nostalgie van een witte Kerst uit mijn kinderjaren en de Kerstsfeer met gezang van een “Suza Nina” in een geseculariseerd Winterfeest.

De eerste  kerstkaartjes van de vroege vogels komen al binnen als ik besef dat die van mij nog ver van de deur uit zijn. Ik moet ze nog ontwerpen met mijn Canva account en afdrukken en ik zie dat ik geen postzegels meer genoeg heb.        Miserie, miserie wat zal ik nu doen ?

Misschien denken mijn vrienden dat ik te oud ben  of een cultuur barbaar  geworden en afzie van een eeuwenoude kerstkaarten traditie

Gelukkig bestaat er nu E-mail, whatsapp, instagram en sms om mijn nieuwjaarsboodschap te brengen .Ik kan die sturen “in globo” naar al mijn vrienden en om het nog feestelijker te maken voeg ik er een spetterende fles champagne bij.

Aan mijn 525 Facebook vrienden en mijn meer dan 2000 volgers van mijn FB- Verhalen “ waarbij er deze maand 461 posts werden geliked.

Je kan ze lezen op    germaindierynck.blogspot.com

Van harte.

woensdag 17 december 2025

EEN KERKBALJUW

 

In de documentatie van mijn stamboom vond ik deze foto van mijn grootoom als kerkbaljuw of suisse. Op zijn Ghilw’s zou men hem een “piekevint” noemen verwijzend naar zijn staf

Hendrik Dierynck geboren 14 dec. 1852, huwde in 1878 met Clémence Verlinde uit Menen. Den 28 mei 1930 overleed hij op een voor die tijd respectabele leeftijd van 78 jaar.

Hij was de broer van mijn overgrootvader. Op de foto poseert hij fier als kerkbaljuw van de St. Franciscuskerk te Menen.                            

Henri was gedurende 40 jaar  kerkbediende (Suisse) en werd vereerd met het Burgerlijk Kruis van 2de klas

Een kerkbaljuw is een ordebewaker in de kerk  en zorgt ervoor dat de diensten rustig verlopen, In zijn outfit wekt hij bij kerkbezoekers ontzag en waakt op ongewenst gedrag, hij is ook de helpende hand van de pastoor en heeft  een zekere  ceremoniële functie.

Bij deze meen ik dat ik iets gemeen heb met mijn grootoom als kerkbaljuw. Méér dan 35 jaar ben ik te Lourdes in dienst van de Hospitaliteit aan de grot. Als men mij vraagt  “ wat doe je daar of wat is uw functie  ? “ Dan zou ik durven verwijzen naar de diensten van een kerkbaljuw in vroegere tijden.

Daar maak ik deel uit van een equipe met als taak die men in het Frans benoemt als “Aide à la Prière”. De grot en zijn omgeving is een plek van gebed. Zoals eertijds de kerksuisse zorgen wij voor de orde, de stilte, de eerbied voor het Heiligdom, de vlotte omgang door de grot, de ontvangst van de zieken en groepen bedevaarders. Wij helpen ook bij de voorbereiding van de Eucharistievieringen met de organisatie van de offerandes en communiebedeling en in de namiddag. bij  de Rozenkransgebeden

Ons kostuum is niet als van een baljuw maar wij zijn herkenbaar door de draagriemen of bretellen. Zij verwijzen naar de eerste brancardiers in Lourdes die de zieken op draagbedden tot aan de grot voerden. Het is een symbolisch teken dat wij de zieken in ons hart dragen.

vrijdag 12 december 2025

Vrijdag visdag



‘t is weer vrijdag en zoals  steeds wil ik naar christelijke traditie of vegetarische mode die dag een vis op het menu.

Naast mosselen (als die bij vis gerekend zijn)  is het zalm in de prei, of kabeljauwfilet in kaas soufflé of een Ardense forel méunière

Bij het prepareren denk ik aan de oorlogstijd - als 10jarige in 1942 - toen wij haring op ons bord kregen. Dat was pas een luxe in die tijd dat men via Winterhulp bevoorrading overvloedig haring kon kopen. Die glanzende en glibberige vis sloeg ons moeder op in de pekel in de kelder. Dan was er nog geen diepvries.                                                                   Waarom denk ik nu daaraan ? Is het door al die oorlogsgeruchten, ver weg maar misschien toch dichtbij ?

Die vieze haring werd goed bruin gebakken met een ajuintje er bij of werd ook nog ingelegd in azijn lijk een rolmops. Eén ding aan die haring was dat zijn ribbenkast vol stekkers zat, erg vervelend.

Maar waar vind ik nu nog een verse haring met kop er aan ? Ik zou eens moeten zoeken op de Dinsdagmarkt bij de viskramen die rechtstreeks van de kust komen.

Misschien laat men nu de haring niet meer zo groot groeien en strikt men ze als petieterige visjes in hun netten om ze in de supermarkt te brengen als rolmops, sardientjes of heerlijk verse maatjes.                                                                         Ik hoef ze nog maar zien staan in de rekken om vol goesting het speekselzuur in mijn mond te krijgen.

Vanavond eet ik een rolmops in mayonaise met een hard gekookt eitje.

zondag 7 december 2025

EEN KERST GESCHENK

 


Binnenkort vieren wij kerstfeest. Mijn kerststal staat klaar, niet zo een lappen beelden gedoe als op de markt in Brussel. Mijn kerststal is er een met alles er op en er aan zelfs met  de drie Wijzen uit het Oosten die op bezoek kwamen bij het kind Jezus met goud, wierrook en mirre.

Daarbij denk ik: wat heeft een arm  geboren kind met zijn ouders op de vlucht  daarmee ? De herders van ter plaatse wisten beters en hadden een deel van hun schaapjes mee: warme melk, vers uit de uier van hun schaap. Dat was écht een geschenk.

 Mijn traditionele stal zoals de moderne Brusselse vraagt ook wat fantasie. Geschenken geven is vandaag een wetenschap geworden om te weten wat men nog niet heeft of zou wensen dat betaalbaar blijft.

Heb je als opa of oma met Kerst of Nieuwjaar ook zo een cadeau gekregen waarbij je een toneeltje moest spelen alsof je in de zevende hemel was ? Ik zie nog de mimiek van mijn peter zaliger toen ik, in arme oorlogstijd, na het opzeggen van mijn nieuwjaarsbrief een peperkoeken hartje met veel suiker en een strikje errond overhandigde.

Wellicht krijg je nu van uw kleinkind geen peperkoek meer maar een bruikbaar attribuut van Bol.com voor werk of hobby. Of het kan ook een driesterren diner zijn ” à la Boury “, voor u onbetaalbaar. Of je krijgt een bon van “ Hello Fresh”, bedoeld als een “ tête-à -tête “ aan huis voor het geval je  eens niet op een feesttafel zijt uitgenodigd.

Dan dek je mooi de tafel met een Chateau Bel air grand cru. Je haal je pakket boven om het op te warmen zoals :een  toast met kaviaar - Oostendse vissoep –kalkoengebraad in mosterdsaus en als toetje  ijstaart en een Irish coffee .

Een leuk idee maar je mist toch de sfeer en het warme gezelschap van je kleinkind of tafelgenoten. En  heeft het kindje Jezus in de kerststal geen os en ezel bij zich om het te warmen ?

Misschien verwijzen de wezenloze lappendeken beelden te Brussel toch naar de eenzame thuislozen zonder een kerstgeschenk.

dinsdag 2 december 2025

HET AARDS PARADIJS


Gepensioneerd zijn is leven bij gratie van vadertje  staat die ons betaalt om niet meer te werken en om te teren op de opbrengst van ons vroeger zweet.                                                                                                     

Het zou een Aards Paradijs zijn was Adam en Eva  niet de spelbreker geweest.

Door de verboden vrucht te plukken moesten zij zich bezig houden met het wieden van distels en doornen. Zo werd het werken uitgevonden met daarbij een hele boel kwalen. Deze banvloek werd overgezet op gans het nageslacht waarvan wij nog deelgenoot zijn. Zo komt het dat senioren, nu zij van het werken verlost zijn, door heel wat ouderdomskwalen worden gekweld.

Rentenieren, is een luxe stiel. Moest Adam nu juist in die appel bijten van de verkeerde “ Boom van het Kwaad” !

Moest Eva nu weer op aarde zijn, zij zou zich afvragen waarom wij op vandaag dioxine kippen, geforceerde varkenskoteletten en met vergif gespoten groenten naar binnen spelen. Nochtans Gods “ Tuin van Eden” biedt ons heel wat kruiden om ons te helpen gezond te blijven.

Zo plukte ik langs het Roeselaarse  kanaal ver weg waar boeren hun pesticiden strooien of waar honden hun pootje opheffen een hele zak Dove Netels voor een heerlijke soep, rijk aan vitaminen, gratis voor niets.                                                   Er is nog Duizendblad en Berenklauw om toe te voegen bij onze  sausen, soepen en omelet. Met de bloemen van Klein Hoefblad kan men heerlijke jam maken terwijl de thee je helpt bij prikkelende hoest

En ging mijn vader zaliger niet op zoek naar Mierikswortel om het prestatievermogen van zijn duiven op te drijven ? De geraspte wortel bracht een pittige smaak aan mijn ingelegde augurken of rode bieten .                        Madeliefjes kleuren niet alleen de graskant maar ook mijn salade en de siroop blijkt goed te zijn tegen verkoudheid. De thee van Meidoorn en Vlierbessen verlaagt onze bloeddruk en werkt tegen infecties. De olie van het St Janskruid helpt om wonden vlot te genezen. De vogels die Vogelmuur lusten weten wat zij willen. Ik zie het graag opkomen in mijn tuin om gestoofd te worden als alternatief voor spinazie.

Als je dit alles plukt met een groot  geloof en vertrouwen zal je ervaren dat de Schepper ons een “Tuin van Heden”  heeft gegeven tegen onze ouderdom kwaaltjes  en om lang en gezond te leven.

Dat wist ook mijn schoonvader Gabriel Versavel met zijn groene vingers en specialist in kruiden die 106 jaar geworden is.


vrijdag 21 november 2025

BOEF EN BRUNO

2


 Onlangs heb ik een flexy- of vrijetijd job aangenomen. Mijn buur vroeg mij om wekelijks tweemaaBruno, zijn hond even buiten te laten wanneer niemand thuis was zodat hij zijn behoefte kon doen en om zijn eenzaam bestaan te doorbreken.

Daar ik zelf als Bruno soms eenzaam ben en tijd zat heb, heb ik die job graag aanvaard. Nochtans had ik niets aan honden en nog minder aan katten. Ik zag ze als een lastpost, een stom ding, een onbetrouwbaar  wezen.

In Kerk en Leven las ik over het wedervaren van Jana Wuyts en haar hond Boef, een wilde Spaanse berghond die zij in huis nam en waarbij tussen beide sympathie en liefde ontstond. Zij leerde er van om uit haar comfortzone te treden, te gaan leven in de natuur, te genieten van lekker eten, blij te zijn om mekaar weer te zien, leven per dag zonder plannen vooraf te maken. Zij scheef drie Boefboeken die meer gingen over de mens dan over het dier.

Door mijn ontmoeting met  buur Bruno, een 5 maanden jong en groot bruine rashond, leefde ik sterk mee met het verhaal over Boef. Als ik er kom  spring Bruno op mij van blijdschap, hij luistert  naar mij , volgt mij en komt bij mij zitten met vragende  liefdevolle blikken. Ik zou wel willen weten wat er in zijn hondenkop zit.

Al is hij nog te jong om het blaffend te vragen oogt hij gretig naar de snoepjes in mijn zak. Hij is voor mij geen stom dier meer. Ook bij hem gaat de liefde door de maag en vertrouwt hij op mijn goedheid.

Er is sympathie gegroeid met mijn buur Bruno. Ik begrijp nu de vele eenzame  bejaarden met hun hond op wandel in Bergmolenbos of in Rhodesgoed.

 

 

zaterdag 15 november 2025

OVER VISSEN….



Mijn   broer Achiel zaliger was een fervente visser. Ik herinner mij nog dat ik als15 jarige knaap samen ’s morgens vropeg naar Zillebeke vijver fietsten om op karpers te vissen. Later ging hij op verlof in de 0urthe op forellen vissen. En ook mijn oudste broer  Georges kon als hij in de Ardennen was niet nalaten zijn hengel uit te halen. Wat hadden wij in onze familie met vissen !

Deze herinnering bracht mij  naar een artikel  die ik las omtrent de betwistbare  evolutietheorie van Charles Darwin .Volgens hem hadden vissen maar een zinloos bestaan met een beperkte vorm van onderlinge communicatie ,het happen naar lucht en het zoeken naar eten. Toch speelden zij een cruciale rol in zijn onderzoek over zijn evolutietheorie onder de vissen.

Tijdens mijn verlof in de Ardennen constateerde ik dat vissen in de Ourthe waarnaar mijn broer hengelde wel in gemeenschap leefden. Zij trekken er op uit in scholen, leven zelfs in commune en hebben een ware gemeenschapsgeest.                                                                                Zij genieten van een onbeperkte vrijheid tot een visser ze verleidt met een bekoorlijk lokaas om ze aan de haak te slaan en in  een pan of bokaal terecht te komen.

En de liefde denk ik dan. Bedrijven zij  de liefde niet?  Zij bedreven de liefde, anders zouden zij zich niet voortzetten. Geïnteresseerd in familiekunde zou ik willen weten hoe ver de familiegeest onder de vissen reikt . Wat gebeurt er met zieke of senioren vissen ? Kunnen zij rekenen op de toeverlaat van hun nakomelingen zoals onze kleinkinderen nu ?

Kenners van de evolutietheorie à la Darwin zullen opwerpen dat onze hersenen complexer en veelzijdig geëvolueerd zijn dan die van de vissen. Maar wat heeft het onze soort opgeleverd ? Wreedheid, oorlog , dreigingen van geweld en genocide door uithongering

Anders dan de vis in de Ourthe voelen wij ons als flink uit de kluiten gewassen forellen in het weidse water onafgezien van het jagers type of vissers passie en roofdiereninstinct in de mens.                                          Had Darwin dan toch gelijk ?

zaterdag 8 november 2025

“ Vaarwel Mijn Broeder “

 

Op 11 november zal men weer de grote oorlog gedenken. Op zolder vonden wij na moeders dood honderden oorlogsbrieven uit de oorlog 14-18 . Het waren brieven aan mijn moeder van haar broer frontsoldaat .

Omstreeks augustus 1914 sloeg haar vader op de vlucht met vier minderjarige kinders voor de aanstormende Duitsers  tot diep in Frankrijk nabij Bordeaux en verbleven in een kloosterhoeve tot begin 1919.

 Haar broeder Achiel, 16 jaar oud, mede op de vlucht en bakkersgast in Bordeaux werd op zijn 18e in Frankrijk opgeroepen in het leger en kwam terecht aan het front als kanonnier. Hij overleefde de ellende en ziekte aan het front niet. Op 13 februari 1919 overleed hij in het militair hospitaal van Antwerpen ten gevolge van tyfus. Hij ligt begraven op het militair kerkhof Schoonselhof in Antwerpen.

Ook zijn kozijns ,de drie broers, kozijns langs moeders kant , nl. Kamiel  Joseph en Albert Verbeke  en zijn kozijn langs vaders kant Jules Vandamme overleefden  de oorlog niet.

Kamiel Verbeke  was oorlogsvrijwilliger in  dienst getreden op 2 oktober 1914 en sneuvelde op 26/05/1915 te Kaaskerke omgeving Dodengang bij de “ Minoterie Petroleumtanks”. Zijn broer Joseph Verbeke overleed op 28 november 1915 door een schot in zijn schedel.

Zijn broer  Albert Verbeke verbleef als gekwetste in het Depot des convalescents in Pourville waarbij hij laat weten dat zijn broer Kamiel naast hem dood geschoten is. Hij schreef: “ Hij is dood geschoten in het mei maand nevent mij en dat was maar geel trieste voor mij. Maar ik koste er toch niet aan doen. Hij was met den slag dood en dan een maand later ben ik geblesseert geweest                                                 Hij zelf sneuvelde den 9 september 1918 nabij  Adinkerke. In 1924 werd hij begraven op het kerkhof van De Panne

De drie gesneuvelde broeders in mijn familie doet mij denken aan de dood van de gebroeders Van Raemdonck met in mijn hoofd het lied “ Vaarwel mijn Broeder- O denk toch steeds aan mij”..

vrijdag 31 oktober 2025

MIJN ZEVENDE SACRAMENT

 


Het moet wel 20 jaar geleden zijn dat mijn buurman Leon overleden is. Destijds hadden wij achteraan in de tuin waar nog geen scheidingsmuur was tussen enkele spadesteken in een gesprekje .Tussen de omheinde muren van nu heb ik daar soms behoefte aan.

Als hij het over zijn vrouw had noemde hij haar dikwijls “mijn zevende sacrament “. Het was in de tijd dat men algemeen de zeven sacramenten uit de vroegere catechismusles kon opnoemen en er eerbied voor had. Wie kent die nog ?

Soms lezen wij in de gazet of zien wij op TV jonge koppels die hun huwelijk vieren op een originele plaats; het strand , een boot of een vakantie oord maar  die niet door een priester ingezegend wordt.                                                                    Maanden op voorhand zoekt men naar een geschikte feestzaal maar niet naar een kerk. Alhoewel sommigen een stemmig historisch tijdloos kerkje vinden.                                                                                            

Volgens onze christelijke traditie huw je in een kerk met je ganse familie en in een feestelijke outfit , kwestie van eerbied voor het zevende sacrament. Zie mijn huwelijksfoto ( Passendale 22.04.1961) in groot ornaat  met neefjes en nichtjes die nu zelf kinderen en kleinkinderen hebben.

In mijn zevende sacrament beloofde ik trouw in goede en kwade dagen, voor altijd. Nu wij Allerheiligen en Allerzielen zijn is het een passend moment om mijn zevende sacrament in haar laatste rustplaats met een bloemenruiker zoals op ons huwelijksdag te gedenken

.

 

maandag 27 oktober 2025

Als herfstbladeren in de wind


Mijn klein fruit conserven in mijn kelder

’t Is Herfst. “ Hoe zere vallen ze af de zieke zomerblaren.” zou Guido Gezelle zeggen.  Dit klinkt zo triest…. Ik veeg de  dode bladeren van mijn buur zijn capalca boom op mijn composthoop naar de verdoemenis. Zij ontsieren mijn tuin die getooid is met een tiental pompoenen als spots voor de Halloweengekte die straks zal overwaaien.

Wijl mijn moestuin bezaaid is met Bijbelse mosterdzaad als groene mest tijdens zijn winterslaap zijn mijn groenten verhuisd naar de diepvries in mijn kelder. De conservenbank is rijkelijk gevuld met confituurpotten van mijn klein fruit: aardbeien, perziken, druiven, rabarber, peren, komkommers en augurken. Confituur bij mijn ontbijt is de smaak van de Lente in al zijn variaties, met compost gevoed, bewerkt en bewaard.

Het ligt in mijn aard om te bewaren zo ook mijn verhalen uit verleden tijd. Het zijn herinneringen over mijn jeugdjaren, belevenissen groot en klein , van toen en nu die mij zijn bij gebleven. Zij zijn als herfstbladeren die door de wind zijn weg gewaaid. Had ik ze niet opgerakeld om ze aan u te vertellen dan zouden mijn vertellingen een vruchteloze composthoop zijn.                                                                                                                      Veel leesgenot

Klik op deze link om ze te lezen:  germaindierynck.blogspot.com

 

donderdag 23 oktober 2025

Kotje kom… kotje kom !

 



Soms hoor ik dit in het onderbewustzijn van mijn verre verleden. Het is het roepen van mijn vader naar zijn duiven samen met het schudden van graanvoeder op zondagmiddag .

Als hij “kotje kom “ riep, was het een welkom onthaal van zijn reisduif terug kerend van een verre reis; Arras, Creil , Angoulême  Ik ken ze nog.                                      

Telkens als ik op mijn reis naar Lourdes met de trein Angoulème voorbij kom denk ik aan mijn vaders duiven. Ik zit nu al meer dan drie uur op die sneltrein en zijn duif vloog in veel  minder tijd naar zijn  kot, gehaast om zo vlug mogelijk bij zijn wijfje te zijn.. 

In het station van Bordeaux zie ik daar in de wachtzaal  van die lompe  straatduiven zonder kot de restjes van de rijke reizigers op te pikken Het zijn bedelaars zonder naam onder de dieren.

Mijn vaders duiven kregen een naam. Er was de blauwe geschelpte of de witte penne of de Vanbruaene of de Stichelbaut naar hun beroemde eigenaars in Lauwe  die ware prijsvliegers waren.,

Hun thuis  was niet zo maar een duiventil, gebouwd boven zijn naaiatelier met alles er op en er aan: nestbakken, zitstokken, voeder- en waterplaats.   Soms wist men niet of hij aan het werken of het melken was. Want, zijn duiven verzorgen was een passie. Hij alleen mocht op het hok. Voor andere duivenmelkers had hij zijn geheimpjes, qua voeding of drinken. Zo weet ik dat hij een thee brouwde uit “ dokkewortels “, naar het schijnt goed voor de darmflora.

Zijn verzorging had resultaat. Zij wonnen naast de geldprijzen ettelijke prijzen zoals de toen gekende penduleklok  zelfs onze eerste TV in de beginjaren van de televisie . Wat was zijn geheim ?  Was het de toen vermaarde voedergranen Natural of zijn favoriete gazetje “Duifke lacht” met leuke prentjes en veel reclame.

Aan zijn schoonbroer en aan zijn schoonzoon had hij kweekeieren van zijn beste duiven bezorgd en behaalden geen prijzen . “ Het is nodeloos, zei hij, zei kunnen het niet !”.

Toen kwam de tijd dat zijn duiven uit de prijzen vlogen. Waren zij of hij niet meer gezond ? De beste verkocht hij, de minder goeie vlogen de pot in. Een paar weken later werd vader doodziek. “Het vier in de buik” zei de dokter toen. Was het een uitgebroken appenditis, een kankergezwel in de darmen?

In een paar weken was hij gestorven. Hoog in de hemel had Iemand hem minzaam geroepen “ Kotje kom, kotje kom “.

donderdag 16 oktober 2025

Onder de ogen van de Graaf van Vlaanderen en met de bescherming van de H.Donatianus

 

Gisteren, 14 oktober , was het feest van de H. Donatianus, in de 4de eeuw bisschop van Reims en volgens de legende door Paus Dionysius destijds met een kaarsen rad uit de Tiber gered. Nu patroonheilige van ons bisdom. 

Het doet mij denken aan mijn twee eretekens van de H. Donatianus.

 

Het is twintig jaar geleden. Op 22 oktober was er te Kortrijk in de Gravenkapel van de Onze Lieve Vrouwe kerk de jaarlijkse algemene vergadering van de Hospitaliteit O.L.Vrouw van Groeninghe , de ziekendienst van Vlaanderens Bedevaarten

 

 Na een stemmige misviering werden vijf nieuwe leden in de hospitaliteit opgenomen die in het verleden blijk hadden gegeven van hun inzet in de ziekendienst en het voornemen hadden in de toekomst zich verder te blijven engageren . Tot mijn verrassing werd ik vooraan geroepen om door de directeur Deken Jaak Houwen de onderscheiding opgespeld te krijgen van de zilveren medaille van St. Donatianus. wegens mijn 29 jaar lidmaatschap bij de Hospitaliteit , mijn dienst sinds 9 jaar als hoofdbrancardier en mijn inzet voor de ziekendienst.

 

Twaalf jaar later werd een tweede verleend voor mijn 40 jaar voorzitterschap van de Vrienden van Lourdes.

Het moet zijn dat de medailles van de H. Donatianus zijn impact heeft gehad. Na twintig jaar heb ik mijn honderdste bedevaart ondernomen en op de “Terugkomdag “ van  diocesane bedevaart” in Dadizele  even met een fles wijn in de bloemen gezet. Dank U.

 

Oktober is ook de maand waarin de Orde van ‘t Manneke uit de Mane verdienstelijke West-Vlamingen met het zwaard tot ridder worden geslagen.            Ik voelde mij niet zo vereerd als die eerbied waardigen. Maar toch was het fijn anders dan de Ridders van ’t Manneke uit de Mane in de salons St. Germain te Diksmuide gelauwerd te zijn in de Gravenkapel onder de ogen van de graven van Vlaanderen.

De Gravenkapel is niet zo maar een kapel. Zij werd in 1369 opgericht in opdracht van graaf Lodewijk van Male. Zij kreeg de naam “Gravenkapel” omdat men in de 51 nissen de afbeeldingen vindt van de soevereinen van Vlaanderen met het monument van de zalige Karel de Goede, graaf van Vlaanderen van 1119 tot 1127. De glasramen stellen verschillende taferelen voor uit de geschiedenis van Vlaanderen

Als je in Kortrijk zijt en de kerk is open, bezoek maar eens de hystorische Gravenkapel

woensdag 8 oktober 2025

Piot in de grote oorlog


                                             Museumfoto Mortier in de loopgracht.

Gisteren bezocht ik met de Vlaamse Actieve Senioren het Memorial Museum Passchendale 1917 waar in de eerste zaal op video de getuigenis te zien is van mijn schoonvader Gabriel Versavel.
Het was een herbeleving van het frontleven uit mijn collectie 200 brieven van mijn oom frontsoldaat. Hij was 18jaar en opgeroepen in Honfleur, in Calais schrijft hij fier lijk een pauw:“ Ik ben nu geen piot meer, ik ben bij de mortiers, dat zijn kleine kanonnen die in de tranchee staan.” Zo een kanon kon ik daar in het echt zien.(zie foto)
In de laatste, donkere zaal kon men kennis maken met het zwaar winterweer aan het front met regen en sneeuw. In januari 1918 laat hij weten:“ Ik ben nog altijd in bed met mijn vervroren voeten , ik zal trachten naar het hospitaal te gaan maar hier ze kijken daar niet achter.
In september 1918 schrijft hij
” Nu ik heb 8 dagen maar redelijk geweest, veel in het gevaar maar nu is gebeter daar onze dappere pioten al over Roeselare zitten en de Engelse in Meenen. Ze gaan noch altijd vooruit want wij hebben ook al boven de 2000 gevangen genomen.”
En op 12 oktober:”..Wij hebben nog altijd veel werk met den offensief en wij moeten weer gaan beginnen. 't Is toch wel vreed, den oorlog bijna gedaan en de belgen mogen nu geen repos meer hebben. 't is vreed welke belgen die er nu op het slachtveld liggen. ik heb tot tegen Moorslede geweest . Er stond daar niet meer recht, verre van daar, er was zelfs geen brikke meer te vinden en verder zagen wij Dadizeele die nog niet veel geschonden is daar. Ze schieten er nu gele dagen op en 'is ook al geheel plat. Ik zie ne keer dat de oorlog gedaan is dat er geen huis meer van geheel belgie nog geheel blijft ”
Soldaat Achiel Vandamme overleefde het einde van de oorlog maar kon niet genieten van de vrede. Hij was getroffen door de frontziekte, Spaanse griep of typhus en overleed in het militair hospitaal van Antwerpen op 14 februari 1919 en ligt begraven op het kerkhof Schoonselhof in Antwerpen. .
Het museum met zijn meer dan 600 meter lange museumparcours dompelde mij niet alleen in de uitgebreide militair-historische collectie maar was een levendige bevestiging van de 200 brieven aan mijn moeder gericht die je kan lezen op mijn blog: “ achielvandamme.blogspot.com

Huisje, tuintje, autootje…

Onlangs keek ik op Play4 naar “komen eten” omdat er niet veel beters was. Men zag er diverse beroemdheden als fotomodel Astrid Coppens , vas...