Gisteren volgde ik op Canvas de docu “ Bommen op België ”. Het waren alle leeftijdsgenoten van mij die getuigden over de gruwel van de bombardementen. Soms vraagt men mij “ Je hebt nog den oorlog meegemaakt, wat weet jij daar nog van ?”. In mei ‘40 was ik 8 jaar oud en te jong om mij nog veel te herinneren en vooral om de grote impact van de oorlog te beleven. In ons landelijke gemeente hadden wij, God zij dank, niet zoveel verwoesting. Of zou het zijn dat mijn lang geheugen het vreselijke van de oorlog heeft weggeduwd en dat ik nog enkel het leuke en aangename van de oorlog over hou.
Voordat in 1940 de Duitsers
het land binnen vielen had ons vader een werk aangenomen voor het Belgisch
leger om dringend soldaten uniformen te naaien. Begin mei ’40 werd hij
verwittigd dat de Duitsers in aantocht waren en dat hij dringend al het
soldatengoed moest wegmaken. In allerijl hebben wij met ons allen in het gezin
gevlucht met de grote hoeveelheid stoffen soldatenvesten en -broeken via het
Doelke opgeslagen in een grote tuin nabij de Voorhoek. Duitse vliegers hebben
dan fel er op geschoten. Zij dachten dat er daar soldaten lagen. Later na de
oorlog zagen wij menig een van de Carré die onze soldatenbroek droeg
Wij hoorden wel van de
zware bomaanslagen te Kortrijk en van de V1 bommen op Antwerpen. waarbij een
middelbare school uit Antwerpen naar Geluwe gevlucht was. Wij namen een student
vluchteling op in ons talrijk gezin. Hij volgde les in het college te Menen en
was voor mijn oudere broer een fijn gezelschap en een welgekomen gast in de
familie. Nadien hebben wij nog vele jaren familiaal contact gehouden met hem en
zijn ouders.
In het helst van de oorlog
werd de kelder met extra proviand gevuld en ingericht om er langere tijd te
kunnen verblijven en overnachten. Er was een gat gekapt naar de kelder bij de
buur, onderpastoor Daneels voor het geval een van beide kelders getroffen was.
Wij verbleven er enkele keren op luid alarm van de sirenes. Dan is er op 27 mei
een bom gevallen in onze straat bij schilder Gerard Vanneste. Zij zoon Wilfried
was dood en Werner was levenslang blind. Het waren twee van mijn
speelkameraden.
Wij hadden geen last van de
Duitse bezetting en zijn soldaten. Er waren periodes met beperkte school en
soms lessen in een lokaal buiten het schoolgebouw zoals in een café.
In onze vrije tijd vonden
wij het plezant om rond de soldaten te toeren en hun grote camions en
oorlogsmateriaal te bewonderen. Wij genoten van de marcherende kolonnes. Op het
kerkplein voor ons deur was een mobiele soldatenkeuken geïnstalleerd dat onze aandacht
trok en de brouwerij Vanryckeghem was ingericht als “ cachot” voor gevangen
soldaten.
Eigenlijk besef ik nu dat
wij in ons spel de oorlog nabootsten en zelf oorlog voerden. Wij vochten ,
gewapend met stokken tegen de jongens van de Carré alsof het onze vijanden
waren en in de tuin van koster Gesquiere hadden wij een grote loopgracht gegraven
waarin wij konden onderduiken.
Thuis hadden wij een tijd
een Duitse soldaat op kwartier. Hij kwam ’s avonds logeren en trakteerde ons op
hun speciaal Duits zwart brood dat wij met lange tanden proefden. Op school
werd er via Winterhulp soep bedeeld. Wij kregen een soort “betterfood”- koeken,
chocolade en ….de wansmakelijke levertraan. Dit om niet flauw te vallen bij
gebrek aan voldoende voeding.
Er was de Ravitaillering.
Er werden rantsoeneringskaarten en zegels bedeeld waarmee de mensen een
beperkte voorraad konden kopen. Wij konden helpen met moeder om die zegels op
borderellente kleven die , weer ingebracht, dienden om bevoorraad te worden met
andere zegels voor de her aankoop in de groothandel
In mei ’45 was er de
bevrijding. De Engelsen die veel verwoest hadden waren onze helden .Op Ghilwe
platze was er het bevrijdingsfeest met een “bal populaire in open lucht “ Ik
was nog te jong om mee te dansen maar het was een heerlijk schouwspel.
Hieronder onderduiken voor
de vijand in onze loopgracht
Geen opmerkingen:
Een reactie posten