Pas gehuwd en een eigen
huisvesting zoekend huurden wij de fabriekswinkel van de kippenslachterij
Haerinck met de Latijnse naam FLANDREX, een naam gekozen door Jozef Durnez, boekhouder van
de firma. De latijnse naam Rex zinspeelt
op de kip die te dien tijde de koning van het feestmaal was in Vlaanderen. Nu
is dat dagelijkse kost geworden. Onze keukenprincessen toveren nu een “haute
cusine” met oosterse specialiteiten.
De winkel was in de streek enig in zijn soort.
Voor die tijd was het pand modern maar
smal en volledig in spiegelwand om ruim te ogen en waarbij klanten in
afwachting op hun bestelling zich flink konden spiegelen.
Op “
ghilwe kermesse “ 20 mei 1961 openden
wij de zaak met een extra reklame. De weekends waren druk en op gewone dagen
kwamen er klanten voor een schelle boerenpaté , een saussison de Paris of een
stuk van het zwijn.
Na
mijn sociale studies had ik mij wat moeten bijscholen in het vlees en de
kiekens. Voor mij was de winkel een bijzaak. Na de Expo ’58 in Brusssel was ik
te werk bij het NIHA van het NCMV voor de verkoopacties. Met Jozef Durnez als
voorzitter was ik secretaris van de
plaatselijke afdeling en uitgever van het reclameblaadje “ ‘ t Gaperke ”.
Verder bediende ik ook nog de leden van de Middenstands ziekenbond in het
gewest Ieper.
Twee
jaar later verhuisde ik naar Roeselare om gewestsecratris te worden van de
Middenstands ziekenbond. De winkel werd overgedragen aan Roger Pinnoy die
postbode was en mijn klasgenoot in het
lager onerwijs.
Hiermee
was mijn actieve Geluwse roots afgesloten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten