Wijl ik kilo’s perziken aan het ontvellen en ontpitten ben denk ik aan mijn tante Bertha. Heel lang geleden, bracht zij perziken mee uit de kloostertuin van de zusters benedictinessen in Menen. Zij waren zo hemels smaakvol en sappig.
Tante raadde mij aan enkele pitten ervan in mijn tuin te
planten. En warempel zij kwamen uit en groeiden tot bomen. Met drie waren ze. Ze
weerstonden de tijd en werden oud. Oud geworden waren ze niet meer productief
en werden omgehakt.
Eén telg uit de boom
schoot uit de grond en groeide tot ook die oud en kreupel werd, weinig vruchten
droeg en veroordeeld was om te verdwijnen.
Hoera !a ! Nu na drie hittegolven en droogte is het
beginnen regenen en regende het kilo’s afgevallen perziken. De hevige hitte had
insecten belet zich in mijn perziken te nestelen zodat ze ongeschonden twee
weken vroeger dan normaal rijp waren maar klein. Mijn perzikboom liet ze los.
Nu ben ik het uitzonderlijk klimaat
dankbaar geen gezeur en gejank meer over
het weer noch over mijn schijnbaar te oud geworden boom.
Ik heb mijn werk om ze te verwerken. Ze gaan in de
diepvries, in weckpotten op zoetzuur, in drank en straks in gelei. Er blijft
nog over om zo te eten of als een Pêche Melba nagerecht.
Dank u tante Bertha en zusters benedictinessen in de hemel
voor de perziken uit uw tuin. Mijn oude perzikboom, tweede generatie, mag nog
blijven en vruchten dragen, lekkere en vele.