
Met dit mooi gedicht van de Zweedse Edith
Södergran, vertaald door Lisette Keustermans mijmer ik over.
De laatste
bloem in de herfst.
Ik ben de laatste bloem in de herfst.
Ik werd gewiegd in de wieg van de zomer,
ik werd op wacht gezet
voor de wind uit het noorden,
rode vlammen sloegen uit op mijn wang.
Ik ben de laatste bloem in de herfst.
Ik ben het jongste zaad van het dode voorjaar,
het is zo gemakkelijk om als laatste te sterven:
ik heb het meer gezien, sprookjesachtig blauw,
ik heb het hart van de dode zomer horen kloppen,
mijn kelk bevat geen ander zaad dan dat van de dood.
Ik ben de laatste bloem in de herfst. Ik
heb de diepe sterrenweelde van de herfst gezien,
ik heb het licht van verre warme haarden aanschouwd,
het is gemakkelijk om dezelfde weg te gaan,
ik sluit de poorten van de dood.
Ik ben de laatste bloem in de herfst.
Dit gezegd zijnde, zijn er in de herfst die
zekerheden; dat wij af en toe de regenscherm moeten
uithalen, dat de bladeren van de bomen waaien en dat de wildliefhebbers hun goesting
krijgen met eend, fazant, ree of everzwijn. Al weet ik niet of al dat wild van
de jager komt of van de diepvries.
Ik herinner mij de tijd dat we in de Ardennen met St Hubert de St Hubert mis bijwoonden met de
jagers en hun honden in een volle basiliek
Nadien hebben we wild gegeten !
Geen opmerkingen:
Een reactie posten