Op een nieuwjaarskaartje las ik “ wensen voor kleine geluksmomenten en grote dromen in 2020 ! “ Alhoewel… grote dromen op mijn leeftijd ?
Toch had ik een waanzinnige droom. Ik droomde ik
dat ik dood was. Ik lag in de St.Jozefskerk in een schone witte lijkkist. Het was alsof ik
in een open kist lag want ik zag tijdens de offerande al mijn vrienden en
kennissen en mijn kinderen in grote rouw passeren. Maar tot mijn verbazing zag
ik nergens mijn bankdirecteur voorbijkomen.
Na den dienst van ten elven vloog ik recht naar
den hemel, in de loge van de goede huisvaders op een roden pluchen zetel. En
wat zag ik daar onder mij ? Mijn ogen konden het niet geloven. Heel diep onder
mij kwam mijn directeur aangereden in zijn Mercedes , puffend en rook spuwend.
Met een korte rem stopte hij aan d’ hemelpoorte en trok hij aan de grote bel. Sint Pieter deed open en vroeg met wie hij te doen had. “ Met de directeur van de bank “ antwoordde hij preuts lijk 50 en gaf zijn naamkaartje af En subiet repliceerde St Pieter : “ Ja maar neen hé, Dat gaat zomaar niet directeurs laten wij hier zo maar niet binnen. wij hebben er hier al genoeg en dan nog . Ge weet gij toch dat de leuze van onze baas is “laat de kleinen tot mij komen”. Ge kunt gij hier niet binnen. Ge moet gij eerst een verdiep lager. Ge moet naar t’ Vagevier.
Met een lang gat draaide mijn directeur zich om
en daalde af langs een brede macadam den
dieperik in. Hij kwam aan een kruispunt met een wegwijzer “vagevierstraete”. In
die straat moest hij zijn ogen uitkijken: het ene groot etablissement na het
andere. ’ t Waren strafkolonies voor wie zich vergrepen had aan een van de
zeven hoofdzonden. Hij kende die nog van de tijd dat hij catechese kreeg in het
lager. Het waren de gierigaards, de
gulzigaards, de leegaards en diegene met een dikke nek.
Dan kwam hij voorbij een etablissement met een
groot opschrift “ In de Vuilewas”. Het was de strafkolonie voor de onkuisschaards.
Ze stonden aan een grote wastobbe de was te koken. De mannen, zwart lijk
koolmijnwerkers, moesten het vuur stoken en de schone meisjes van plezier
moesten de lakens en pampers van de kleine engeltjes uitwringen. Curieus lijk
dat hij was loerde hij of hij mogelijks bekenden zag en gaf een diepe zucht van verlichting als hij
geen van zijn personeel zag.
Verder weg, zag hij daar twee zwaailichten voor
hem in het donker. Het waren twee zwaantjes in een lederen kostuum. Zij stopten.
“ Mijnheere, heb je gij permissie om geen gordel te dragen ? Uw pasport,” klonk
het kort “ “ Ik heb geen pasport, meneer zwaantje, Ge weet gij toch dat mijn
pasport in het stadhuis ligt om mijn dood aan te geven.
”De zwaantjes of lijk dat ze er voor uitzagen
betrouwden het spel niet. Ze dachten, een directeur, die komt zeker van een
receptie of een andere orgie. Bij wijze
van alcoholtest snoof er een aan zijn adem. Ze roken niets maar de chef haalde
zijn boekske boven en controleerde zijn overtredingen van de laatste tien jaren
wegens een te grote voet . Toen hij deze waslijst van PV’s zag schoot hij in
een Franse colère “ Vent, riep hij, pak maar rap de eerste beste straat. Ge
gaat daar een wegwijzer zien met erop; Hellestraete. ‘ t Is daar dat ge moet
zijn.”
De sukkelaar, zonder nog een kik te geven reed
rechtdoor, de Hellestraete in, altijd berg neer, de dieperik in Aan een grote poort met opschrift “Huize
Belzebub” stopte hij. Hij klopte voorzichtig op de deur en zag daar een grote
zwarten duivel afgesloft in een vuur roden frak en een kepie op zijn kop. “ Wie
zijt gij en voor wat is het ? “ klonk het. Hij vertelt geheel zijn geval en wat
hij binst zijn leven gedaan had juist lijk dat hij zijn biechte sprak voor dat
hij wou trouwen.
” t Is al goed, zei den duivel, t ‘is hier dat
ge moet zijn, “ ja maar zei mijn directeur die gewend was om bij zijn onderdanen te
vragen naar werkplanning, rapporten en evaluaties “ wat is hier de dagorde ?
Wat doet men hier heel den dag ? ” . Zegt de duivel “ s Morgens om vijf uur opstaan. Ge smeert u
in met terre, ge steekt u aan met een lucifer en ge brandt tot den achten ‘s
avonds. Op die manier kan je blijvend vuur stoken voor de koks die voor de
bewoners in den hemel de rijstpap gereed maken. ‘ En ‘s nachts ga je in die
vijver daar liggen om te recupereren en te verfrissen en ‘ s anderendaags is
het weer van hetzelfde”
Toen hij hoorde dat er daar koks waren
probeerde hij nog eens . “ Kan ik mij niet beter ten nutte maken als kok met
mijn expertise van mijn kooklessen die ik gevolgd heb. Ik zou voor de
aartsengelen en gewezen kardinalen een hele menu “ à la haute cuisine” kunnen
gereedmaken. “ Tut tut, zei de duivel, hier begin je van kleins af als stoker”.
Mijn directeur keek nog eens rond en zag daar
door een venster een bende bekenden aan den toog. Ze zaten te kaarten, de gazet
te lezen en dronken grote pinten: brigands en duvels. “ jamaar ,zei hij, wat
doen die daar ? - “ herken je die niet, zei den duvel, dat zijn er die in hun
leven meer afgezien hebben van te werken
dan gij en daarvoor op tijd wat speeltijd krijgen.” Dan haalde mijn directeur zijn laatste troef
naar boven. “ Maar meneer~:Belzebub, haal een keer mijn vader in den hemel, zo ne goeien
christen mens dat hij was ,misschien kan hij iets doen voor mij ? “ Maar
jongen, antwoordde de duivel. Uw vader is niet in de hemel. Hij is zelfs niet
dood en ligt thuis nog in zijn bed.”
De satan schoot in zo een luide spottende lach
dat ik er van wakker werd. Het was een enorme opluchting dat het maar een droom
wa s
Nu wist ik het zeker: “Dromen zijn bedrog.” Gelukkig Nieuwjaar met veel kleine
gelukmomentjes”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten